Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

September.

De oude Romeinen begonnen het jaar niet. zoo als

wij, met de maand Januarij, maar met Maart. Vandaar noemden zij deze maand September, dat wil zeggen de zevende. Kakel de Groote noemde haar Wildmaand, wij Herfstmaand. De laatste naam komt ons het geschiktst voor; hoewel er onder mijne Amsterdamsche lezers af

lezeressen welligt sommigen zijn, die meenen, dat men September nog veel beter zoude kunnen noemen Ker-

uiisuictaiiu.

Zoo ik niet vreesde u een weinig te vervelen, zoude ik hier weder veel over deze maand hebben medegedeeld ; maar toen ik over Augustus gesproken heb, was ik misschien reeds een weinig te uitvoerig. Mogt

au net geval zijn geweest, nu, dan zal ik thans mijne fout goed trachten te maken door zeer kort te wezen. De eerste helft VclQ dft7.fi maanrl pn anmtiirJa rla n-a

^ ««uilijuo VAU gc-

heele Herfstmaand, munt gewoonlijk door schoon weder uit. De drukkende hitte is dan gematigd en de lucht regt verkwikkend. Uitnemend schoon zijn in dezen tijd van het jaar de ondergang der zon en een heldere hemel bij avond. De wnlkfin Hï#> in kot 1

—"vu »vaiuii xig^cu , leveren in hare zoo oneindig verschillende vormen, van welke de randen door de zon of door het avondrood

als met purper omzoomd zijn, een tooverachtig schouwspel op, dat sterk op de verbeelding werkt en te gelijk den aanschouwer met bewondering vervult.

De boomgaard staat in deze maand rijk in vruchten, aan het oog een uitlokkend gezigt aanbiedende, terwijl

wij watertanden bij het zien van al dat smakelijke ooft. Ladders, korven en dergelijke andere werktuigen wor-

rlpn T7Q n nllo lnn|nn 1 i 1 . <

«n* üttuicu aaugenragt, en soms scnijnt net,

als regende het ooft. Zelfs kinderen ziet gij nu de behulpzame hand bieden. Elk vult zyn korfje en stort hel daarna in eene mand uit, in welke het ingezamelde naai huis wordt gebragt.

Bij deze bezigheid moet men bijzonder oppassen het ooft niet te beschadigen; want heeft dit plaats gehad, dan kan men het niet bewaren, vermits het spoedig begint te rotten. Doch wie daarbij aan de lange winteravonden denkt, in welke een blozende appel ons zoo lekker ^smaakt, die zal zich de moeite gaarne getroosten om liet eene stuk voor, het andere na, voorzigtig af te plukken en in zijn korfje te leggen.

Op deze wijze gaat de tweede oogst snel voort, en aan het einde van de maand zijn de boomgaarden meestal van de vruchten beroofd. Desniettegenstaande is de mildheid der aarde nog niet uitgeput. Nog staan aardappelen en andere gewassen op de velden, welke de mensch in den winter voor zich en zijn vee hoog noodig heeft, terwijl in andsre landen de gulden druif, die hoop en vreugde van den winter, op heuvels en bergen staat te prijken.

Maar het rijk der bloemen wordt van dag tot dag armer. De nevels en dampen , die des morgens en tegen den avond opkomen, zijn voor deze kindertjes te ruw; daartegen niet bestand, maken zij zich tot haar vertrek gereed. Nu, vaartwel, gij dochtertjes van eenen zachteren tijd!

Honing David en de spin.

De Rabbijnen verhalen, dat david, nog jong zynde, zich verwonderde, dat God bij de schepping ook der

Sluiten