Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men, in de opgewondenheid dier dagen, het persoonlijke van politieke rigting en politieke antecedenten, door te staren op den Koning, voorbij zag ? En niet geheel ten onregte. Immers het aanvaarden van het Bewind gold voor adhaésie aan de Politiek van een Vorst die zich op de historische lijn zijner Voorvaderen gesteld had en wien het nu te doen was om Religievrede, niet door onregt tegen éene of beteugeling van elke Gezindheid, maar door regt voor allen, volgens de Grondwet, met bestrijding van heb liberalisme op Ghristelijken grondslag. In deze hoofdgedachte van het Vorstelijke woord ligt, wanneer we tegen den gang van het Ministerie bezwaar hebben, ons regt en onze kracht. Wij zouden niets kunnen verwijten aan de politiek der staatslieden; want met deze politiek komt hetgeen wij hebben zien gebeuren overeen; de grond van het verwijt is dat op ondergeschiktheid van hunne politiek aan hoogere* wil billijkerwijze rekening gemaakt werd. Ik beweer evenwel niet dat ik zelf in die verwachting gedeeld heb. Ik verberg niet dat, reeds bij de optreding van het Ministerie, ik mij menigen wenk heb veroorloofd die ook door de meesten onzer geloofsverwanten mij bijkans ten kwade geduid werd: ik noemde het voorbarig te antwoorden op de vraag: is het Ministerie een nationaal bewind? ik wees op het conservatief-vrijzinnige van beginsels en antecedenten; ik maakte de vrees kenbaar dat hier, naar gewone trant en uitkomst, de voorbereiding zijn zou eener nieuwe zege van de tegenpartij.

Er is bii mii. ik erken het, niet veel illusie en aus mei

veel teleurstelling geweest, en daaraan geloof ik te mogen dank weten, zoo ik doorgaans, bij het contrast van voorspiegeling en werkelijkheid, kalm (misschien te kalm?) blijf; doch ik mag daarom niet vergeten, en ik mag ook hier, wanneer het Ministerie zich over veler misnoegen en heftigheid verbaast en ergert, niet verzwijgen, dat, om billijk te zijn, op de omstandigheid waaraan ik heb herinnerd, bovenal

Sluiten