Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe ik tot den bouw der gestichten gekomen ben.

Wat is lieflijker, dan in de gemeenschap met trouwe vrienden te zamen te arbeiden tot één doel. Wat is meer in den geest van het ware Christendom, dan in de liefde die uit God is, te werken tot heil van anderen. Zoo is dan ook de weg der filantropie geen moeijelijke, veeleer een liefelijke weg. Ik zie in het gezegende ambt van den predikant reeds van zei ven de baan geopend om zijnen naaste wel te doen. Steeds plaatst men de prediking op den voorgrond en acht daarin zooveel meer gelegen; maar stond het even klaar voor onzen geest, wat de predikant doet, als hij armen bezoekt en het leed en de vreugde deelt van zoo menig huisgezin, wij zouden zeggen het laatste is veel grooter dan het eerste. Hoe menigeen wiens kerken weinig bezocht worden, heeft een veel heerlijker talent onbegraven in de armenverzorging, die hij trouw waarneemt. Niet het minst zal de dronk koud water die gij den dorstigen geeft, vergolden worden. Maar er is ook iets aantrekkelijks in dat gedeelte van het ambt. Vooral wanneer het gelukt, waarlijk te helpen. Ik herinner mij nog steeds de jaren, waarin ik met mijne gansche kracht er mij op toeleide, om een aantal arme huisgezinnen uit diepe ellende op te heften ; het zijn misschien de genoegelijkste tijden mijns levens geweest. Daar zag ik wat

I*

Sluiten