Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft vertoond. Van de Hervormden was ik de eenige predikant; van de Remonstranten Ds. cohen stuaet.

Het Armen-Congres was mij hoogst belangrijk. — Ik heb er bestendig verkeerd met het gevoel van iemand, die emeritus wordt, maar den goeden voortgang der zaken bewondert en telken reize bij zich zei ven uitroept: het overtreft zelfs mijne grootste gedachten.

Immers, op een armen-eongres, waar hoogleeraren en bewindslieden, burgerlijke en diaconale armenverzorgers, geneeskundigen en regtsgeleerden, philantropen van allerlei rigting zich vereenigden, schier bestendig het woord te hooren spreken: het is de Kerk alleen, waaraan de armenverzorging toekomt, het- is aan haar dat zij het beste toevertrouwd kan worden, — dit woord of veeleer dit beginsel, veelzijdig besproken, klassiek en populair behandeld, met warmte verdedigd, en reeds in de ervaring als goed proefhoudend bevonden te zien, is inderdaad merkwaardig.

Een en andermaal heb ik beproefd daar te spreken, maar het ging mij, zoo als het mij het liefst altijd gaat: een ander was mij voor, en zeide hetzelfde nog foeter, dan ik het zoude hebben kunnen zeggen.

Mij persoonlijk staat bij de armenverzorging gedurig een groot boerenerf voor oogen, waar een aantal kippen op de plaats rondom het huis loopen. Men vergunne mij deze gelijkenis. Verbeeld u nu eens zulk een erf, waar een ieder, wie ook, de zorg der voedering op zich neemt. Men gaat de deur niet uit, of een hoop kippen, gewoon van elk geholpen te worden, vliegt u te gemoet. De huisvader heeft er een zak met haver nedergezet. Hu grijpt er in en strooit geregeld, 's morgens bij het ontwaken en 's avonds bij den ondergang der zon, eenige handenvol onder zijne kippen. Te weing om van te

Sluiten