Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebied leeren kennen, die mij te voren geheel onbekend was. Want wij Nederlanders denken gemeenlijk zoo: onze Regering moet daarvoor zorgen, ook is er nog daarenboven een Genootschap tot zedelijke verbetering van gevangenen, waarvan ik immers lees dat het eene ton gouds heeft gekapitaliseerd, die zullen toch wel gedacht hebben, vóór zij aan het kapitaliseren begonnen: wat moet er gedaan worden met het geld ons toevertrouwd? Het is dwaasheid, der Regering alles op de schouders te willen leggen, en aangaande onze kapitaliserende genootschappen oordeel ik zóó: dat zij denken: wij moeten wijselijk zorg dragen, tegen dien tijd dat de eerste ijver verkoeld is, een fonds te hebben, met welks rente wij dan kunnen blijven voortwerken. Dat is nu wel eene echt Hollandsche, maar geene echt geloovige redenering. Het geloof werkt hetgeen de hand vindt te doen, en denkt: ik heb met eenen God te doen, die gesproken heeft: //Mijne is het goud en zilver," en zelf arm gewordeh&qijnde, tot den dienstknecht dien Hij uitzendt, gezegd heeft: ,/Zoo gij geloof hebt, zult gij grootere werken doen dan Ik."

Trouwens dat is uwe zienswijze, zullen mijne tegenpartijders zeggen, en alle voorstanders van kapitaliserende genootschappen. Nu ja! het is mijne zienswijze, en ik beken, dat ik in deze mijne zienswijze neg nooit beschaamd geworden ben. Ik houde mij er dan bij, en ga voort met mijne reis naar Gouda te beschrijven.

Ik zal geene personen noemen, slechts zaken. Vooral interesseerde het mij, of ik mij ook bedroog in de verwachting, hier zulk een netwerk van boosheid te vinden, als zich over de arme verlatene wees uitstrekt, die nergens uitkomst vindt, om ze te voeren naar de huizen der wellust. Mijne eerste vraag werd zóó volmondig

Sluiten