Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eindelijk, wat hoop hebben wij? Niet die van den man der zedelijke volmaking! Godlof! een andere en eene betere! de hoop op de kracht Gods in christus tot vernieuwing des harten van boven: deze, deze alleen, maar deze voor altijd. Het Asyl is een te lang achtergebleven, getuigenis van de waarheid van het Christendom, dat naar niets vraagt wat in den mensch is, dat nimmer vergiffenis der zonde afhankelijk maakt van heiligmaking; dat verzoening predikt, en door verzoening leven aan de ziel die dood was door de zonden en misdaden, ja een nieuw leven uit den Heiligen Geest hun verleent, die als geheel verlorene behoudenis zoeken, en niet zoekende bleven, maar vonden in cheistus. Dat leven wordt uit genade verleend op het geloof, zoo menigmaal in een zondig hart nederdaalt de stille overtuiging: ook voor mij is Hij gestorven, ook voor mij begraven, ook voor mij opgestaan uit de dooden.

Een enkel voorbeeld van eene hoogst merkwaardige redding zij het mij vergund hier mede te deelen.

Het was de eerste, die op de mare van een op te rigten Asyl ons toevertrouwd werd. Toen zij tot mij kwam, werd ik zeer getroffen door den uiterlijken zeer bescheiden toon, en het diep lijdend voorkomen van het meisje. Ik zond haar, daar zij krank was, een arts toe; deze zeide mij dat zij menschelijker wijze berekend, naauwelijks één of twee maanden meer leven konde, omdat zij aan den hoogsten graad van longtering leed. Innig medelijden vervulde mijne ziel. Ik besloot haar niet onnoodig op te houden, maar zoo spoedig dit konde, haar haren hopeloozen toestand mede te deelen. Ook zij zag die in: want ook hare moeder was aan dezelfde ziekte gestorven. Zij verhaalde mij

Sluiten