Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

losser noodig had, en was zeer aangedaan. De landman bij wien zij woonde, had mij reeds gezegd, dat er eeue groote verandering bij haar plaats gevonden had. Ik sprak haar van den Zaligmaker, van zijne genade en ontferming. Dit alles stemde zij toe, en zeide mij, daaraan nooit getwijfeld te hebben, doch dat haar ontbrak de getuigenis des Heiligen Geestes, dat ook zij in het koningrijk Gods zoude ingaan. Zij was geen kind Gods en daarom derfde zij allen troost en rust.

Toen zeide ik haar, dat ik haren toestand vergelijken moest bij dien van Petrus aan de zee van Genesareth, toen hij Jezus tot hem zag komen, die hem toesprak: steek af naar de diepte, wien hij antwoordde: op uw woord zal ik het net uitwerpen. Ook haar sprak de Heer ditzelfde woord toe: steek af naar de diepte der eindelooze genade : steek af naar de diepte der eindelooze eeuwigheid, en dat het ook hier gold, Jezus in den geloove te antwoorden: op uw woord, ofschoon wat mij zelve belangt, buiten hope, zal ik het doen. Toen bad ik nogmaals met haar.

En ik kwam weder en weder bij de arme zondares, en ofschoon zij niet meer van haar legerstede opstond en de dood haar nabij was, zoo bleef het altijd bij baar: Ik heb dat woord mijns Heilands begrepen: steek af naar de diepte. Ik heb mij geheel aan Hem overgegeven, op zijn woord heb ik het gewaagd, en hoop ik het te wagen, de eeuwigheid in te gaan, en mij aan zijne voeten neder te werpen, als de meest verlorene van alle zondaressen. En als ik haar thans zag in hare blijmoedigheid, zachtheid en vrede, dan was het mij ook duidelijk, dat de Heer haar het getuigenis zijns Geestes op haar geloof gegeven hee*t en met haar was.

Sluiten