Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

» is afgedankt, als eene leer welke door de rede verfoeid t wordt, en als in eenen eeuwig darenden strijd wel de * zedelijke volmaakt'lieden van Jehova, bijzonder die van tgenade en barmhartigheid, zij wordt aan de vergeteltheid overgegeven, als waardig om er geen acht meer »op Ie slaan, dan op de stoute navorschingen en wilde »besluiten , de werkzame beuzelarijen, en gefleerde prul~ tien van de oude suffende roomsche schoolleeraren, tij 't wordt ook belasterd, als eene verklaarde vijandin van »de beoefenende godzaligheid, en als zeer nadeelig voor tden troost en hope van het menschdom." [Indien dit het geval onder ons mogt wezen, dal vij hopen dat het alsnog niet moge zijn, behoefden wij ons dan wel te verwonderen dut men, door er een diep stilzwijgen van in acht te nemen, zoo als sommigen doen, dezelve ten 'eenemaal buiten gebruik zoekt Ie brengen?)

t Maar wat is de rede van dezen treurigf.n uitroep »tegen dezelve? indien ik mij nietgroolelijks bedrieg, is tze de volgende: deze leer legt de bijl aan den wortel » zi lren van alle onze zedelijke voortreffelijkheid, waarop »wij roem dragen; deze leer verdelgt in derzelver nattuurlijke gevolgen iedere uitvlucht van menschef ij ken hoogsmoed, dewijl ze niet /Ie schaduwe zelfs van eenig onder' t scheid overlaat tusschen den eenen en anderen, waar»om de Godheid dezen persoon meer dun die gade zoude »slaan en za/igmaken, maar ze leert aan allen, die det zelve kennen, en dezelve omhelzen, te berusten in die tgedenkwaardige stelling van den Goddelijken Verlosser tder uitverkorenen: ja Vader! -\\ant alzoo is geweest »het welbehagen voor U," Matth. JJ,v. %6. Ziedaar hel getuigenis van een' man, in zijne natuurlijke blind- / heid een vijand van deze (eer, opgevoed in de school van Pelagius, en geharnast tegen dezelve, die met alle die wapenen, die derzelver vijanden gebruiken, dezelve bestreden, ja door de kunst der poeztj bespot heejl; een man, die, met geen schijn ter wereld, onder de brein/onze suffers, of naargeestige dweepers kan geteld worden; maar wel tot die geesten behoort, dewelke niets omhelzen

Sluiten