Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door een gezigt naar Mecedonip^gêroepen, aanstonds volgen zij. Wie ziet hier niet zonneklaar, dat er onder de twee eerste volken in Asië en iJiim'nië, nog geenc gevonden werden, die op dien tijd al moeiten worden toegebragt, en d.iaiorn moest het evangelium onder hen\»Is nog nietten eenetiiaal vruchteloos gepredikt worden, om'dat dit tegen het hoogwijs oogmerk zoude inloopen van Hem, die zegt; mijn raad zal beslaan, en ik zal mijn welbehagen doen, Jez. 46: 10, 14: 24, Zoodat de uitverkorenen het verkrijgea en de anderen ver&afa blijven. '

4cle V R A A G. Aangezien, de zaligheid der uitverkorenen Jtet eetste einde van de verkondiging der Goddelijke openbaring is , voor zoo verre de openbaring zelve raakt, {want anders is Gods heerlijkheid liet eerste einde zijner werken in natuur en genade), waarom worden er zoo vele door de openbaring geroepen, die niet uitverkoren zijn tol de zaligheid door Christus verworven ?

antw. Voor dat ik deze gewigtige vraag regtstrecks beantwoorde, zal ik eenige zaken, die op dit stuk betrekking hebben, vooraf laten gaan; vooreerst, als ik het 17 Capittel van de geloofsbelijdenis der remonstranten lees, zoo blijkt, dat zij het onderscheid lusschen de uit- en inwendige roeping ontkennen; ik zal alleen kortheidshalve de en 3t,e stelling, als die hier meest te pas komen, uitschrijven: «Kerst dan, zeggen zij, verleent God alle zonda»ren genoegzame genade, om in Hem te gelooyen, en hem te > gehoorzamen, als hij dezelve tot zich roept, en haar onder >belofte des eeuwigen levens, en bedreiging des eeuwigen -doods, het geloof en de gehoorzaamheid voorschrijft: deze «roeping wordt voltrokken door de predikatie des e van ge* -liuins, en de kracht desGeestes die daar is bijgevoegd, uit «eene gunstige goedwillige en genadige mening, en ernstige «intentie, om tot het geloof te brengen allen die zoo geroe, »pen worden, en die zalig te maken, hetzij dezelve de in>tentie Gods nakomende dadelijk gelooven , hetzij dat zijlie»den den genadigen wil Gods verachten, die niet gi'uoyén-. en volgens dien niet zalig en willen worden." In de Zde

Sluiten