Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelling.zeggen zij: »datde eene roeping krachtig genoemd » woidt j/ipt utrer np de uitkomst, als op de maning en het » vo it n/iiieii Gods, zijndt! krac(iH«'genoemd oirfdat zij in der »d.i!id'tf!tar eflVci en btilzanie vrucht bekomt, en dat niet om » lat Be uit ee«Mrer}<>sc miemie, en ahsulul voornemen, om »zaWg te maken , door eene zónoeriïrrge en heimelijke wijs»heid Gods, in dier voegen beleid wordt, dat zij lot effect -komt, en indringt fn den wil des genen die geroepen » wordt; noch omdat dezelve door eene alniagtigc kracht, >gerh,k aan die der schepping, en opwekking uit den doo11 den , den wil des genen, die geroepen wordt, zoo nood* -zaokt om te gelooven, dat hij niet kan nalaten te

• gcRw'ven noMl te gehoorzamen; waar omdat de mensch «deze taffjiing niet wederstaat, noch voor de genade

• Gods de. deiir sluii , die hij anders had kunnen sluiten en -tegengaan. De andere roeping is wel genoegzaam, maar «krachteloos, omdat zij niel komt tol dat effect, maar door

dj^'mVnsehen kwaden wil onïvruchibaar blijft, of de gewensohie uitkomst niet bereikt " Dus ver de belijdenis 'ier Sociëteit, waaruit blijkt, dat zij het onderscheid luscheri de uit- en inwendige roeping gojicël wegnemen, (*) n de zaligmakende uitwerking alleen aan het goed.gebruik 'er, aan allen, die onder deze uitwendige roeping leven , enoegzaaui geschonken genade, loekennen; en dus, dat 'eÜi allen zalig kunnen worden , is genade, maar, dat zij alig willen worden, daarin onderscheiden zij zich zelveri , n kunnen op des apostels vraag: mahr\ o mensch! wie 011'erSctietilt ui \vël antwoorden : ik mij zeiven, omdat ik de •enadc wel gebruik, terwijl ik hier nog aanmerk, dat veral, daar wij in de brieven der apostelen de uitdrukking an roepen vinden, er standvastig alleen de inwendige roeing door wordt le kennen negeven , zie vrij Kom. S : 30, n 9: 24, 1 Cor. N 9, Ephos. 1: 1,4, 2 Tim. 1: 9, Hebr. I, 15. 1 Peiri !: I ">,'2: 9 en 5: 1(1 en meerandere praat• en; niet, dat ik de inw'cwfige zonder de uitwendige roe'ng slel, maar, dal in d/ïte lexlen zoo zeer niet bedoeld

(*) Om welke reden dit gevoelen voor remonstrants moet gehouden worden/ dewijl die het openbaar belijden.

Sluiten