Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doch zonder eenige verdiensten. Welke nu de gevolgen zijn, die door alle pclagiaansgezinden hier uit afgeleid Worden, weten allen die hunne denkwijze kennen, »e welen, dat deze gehiedende voorstellen nog een zeker vermogen onderstellen in den mensch, of dat anders de eischende regtvaardigheid in dezen niet regtvaardig zoude handelen; doch het is ook door de onzen zonneklaar uit bijbelgronden bewezen, dat het wat anders is, wat de hooge Wetgever eischt, en wat anders, wat de door eigene schuld onmagtig geworden afhangeling doen kan. Dan, om een met de zaak overeenkomstig denkbeeld van het geloof te hebben, zooals het hier te pas komt, merk ik het volgende kort aan: het geloof, in het afgetrokkene beschouwd, is niets anders, dan die werkzaamheidvan eenen redelijken geest, waardoor hij het getuigenis van eenen anderen, over personen oj zaken gegeven, toestemt, en, ofschoon hit dezelv- niet zintuigelijk bevat, nogtans als eene zeh'ie waaiheid aanneemt; en, wanneer nu een getuigenis gegeven wordt van eenen, onder wiens gebiedende magt hij overtuigd is te staan, en wiens bevelen het hem past te gehoorzamen, uithoofde van zijn volstrekt afhankelijk bestaan van dien Verhevenen boven hem, dan is het geloof niet anders dan zich die wetgevende magt te laten welgevallen, en dezelve door gehoorzaamheid te oefenen en toe te stemmen, Joh. 3: 36, die den Zoon ongehoorzaam is zal het leren enz, (*) en daardoor te toonen, dat men den Wetgever gelooft, want dit is het gebod Gods, I Joh. 3: 23. Ten 2** Wanneer de Wetgever volmaakt regtvaardig is, dan volgt, dat hij geen pligt vordert dan die betamelijk is; temeer, als de Wetgever zelf de vermogens in het redelijk wezen gelegd heeft, tot hetwelk zijn bevel gerigt is, om dat bevel ter beoefening gelooyig te omhelzen , en dadelijk te betrachten, gelijk in onzen oorspronkelijken stand. Dit

(*) Uit deie en soortgelijke teksten blijkt, dat gelooven en gehoorzamen met elkander verwisseld worden. f^RV

Sluiten