Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

penen, volgens de onfeilbare uitspraak des Heilands.. zullen zalig worden: zie Matlh. 7: 22, velen zullen tedien dage tot mij zeggen, Heere! Heere! en hebben wij niet enz. Want het zijn toch alleen de uitverkorenen, die het verkrijgen, daar de anderen verhard blijven.

Oordeel nu, indien het u mogelijk is, onpartijdig, mijn lezer! is de opgegeven zin van de gelijkenis niet zeer welvloeijende, zonder de minste wezenlijke zwarigheid? ik denk ja. En op dezen voet liggen er ook zoo wel leeringen in, als op den afgekeurden grond. Is het ons te doen om onze roeping en verkiezing, vast te maken,, stelt gij daar waar belang voor u zei ven in, daar is weinig omslag toe noodig: stel u voor dit oogenblik voor hem, die op den bodem van ons hart ziet, en vraag u zeiven, of gij immer met uw hart geloofd hebt, dat gij zulk een diep verdorven zondaar zijt, als God zegt'in zijn woord dat wij allen zijn, dat het gedichtsel onzes harten alleenlijk boos is, en wij daardoor liggen onder den vloek en regtvaardigen toorn van den eeuwigen regter, waardig dat zijne wraak ons achlervo!ge? of, om met onzen catechismus te spreken, dat wij naar dat regtvaardig oordeel tijdelijke en eeuwige straf verdiend hebben. Zijt gij in een levendig gezigt van uwe schuld, en erkentenis van strafwaardigheid, op de liefderijke uitnoodiging aan alle arme en verlorene zondaren, die zoeken behouden te worden, in het evangelie gedaan, lot den grootsten vriend van zondaren gekomen, om hem, als de sterkte van Jehova, door het geloove te omhelzen, naar hem hongerende en dorstende, als het brood en water des levens* is dit uw onafgebroken werk, staat en zoekt gij naar vergevende genade in zijn bloed? Gods beloften liggen voor dezulken, zij zullen vinden. Maar kent gij deze dingen niet, zoo zijt gij als nog versloken van dien toereikenden grond, om te mogen besluiten, dat-gij tot die weinige uitverkorenen behoort, daar de Heiland in het slot van deze gelijkenis van spreekt; gevolgelijJt verkeert gij nog in eenen allerbeklagenswaardigen toestand, en het niet gelooven van denzei ven maakt u des te ellendiger. Och! geloof-

Sluiten