Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wn en pleisters ziet liggen; maar die dezelve, nood^ zakelijk op zijne smartelijke wonden begeert gelegd te bebben. Hierom hooren wij David (v) zoo ernstig tot God smeken, en dat mij uwe Goedertierenheden overkomen. Ó Heere, Uw Heil, naar Uwe toezeggingen aan Uwen knegt die Uwe vreeze toegedaan is. Een waan-geloovige zon daar veel korter en lucbtiger mede hebben omgesprongen : een enkel opgeklaatd hebt in Gods toezeggingen, schijnende met eenige levendige aandoening in zijn verstand, zon voor hem genoeg zijn geweest, om de hand haastig daarop te leggen, en zich Gods Heil en Goedertierenheid in te beelden. Maar David begeerde voor Zijne ellendige en nooddruftige ziel, veel meer; Gods Heil en Goedertierenheden moesten hem zelfs overkomen; hij moest die , op zijnen tijd ontvangen en genieten van den Heere ; Die moest Zijne toezeggingen , daar door, aan hem vervullen en bevestigen ; anders kon hij niet te vrede zijn, om dat hij waarlijk des Heeren knegt was, en Zijner vreeze was toegedaan (w): doch

(t) in geloofsvertrouwen op Gods beloften , die met de gave der regtvaardigheid des geloofs , «Mee» en gewis en alle, in ware gemeenschap geschonken , en alzoo, en in die orde, alléén de grond van het gebed en de verwachting des geloofs zijn Psalm 52 : 1.8. 85: 1 en verv. Klaagl. 5 t 84. Rom. 5:1,8. Hebr. 10: 88. 83. eene vrage tot God 1 Petr 3: 8 |. (vergel. Col. 3 : 11-13.) Psalm 81 : 116. Ts. 18 in rijm. Jak. 1.-6. 7. Psalm 145 : 10. in 't midden, (w) door het geloof ter regtvaardigheid Psalm 150: 3, 4. enz.; ie kinderlijke vreeze Gods, welke is te /Vaten het kwade te dorsten naar de geregtigheid, de volmaakte gelijkvormigheid.

Sluiten