Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloovigen, in bet ombelzen der beloften , dan altijd, óf formeel en uitdrukkelijk, óf in den grond en hebbelijk met een Drie-Eenig God in geloofs-onderhandeling zijn, grijpende daarin aan, des Vaders Liefde, des Zoons Genade, en de kracht en Gemeenschap des H. Geestes; wordende zij op die wijze, dan mede-deelgenooten van Gods belofte, in Christus , door het Evangelium, Efez. 3 : 6. Doch dit gaat bij de. «Mian-geloovigen, in den grond alzoo niet toe; ofschoon , zij ook al dezen weg mogen uitwerken, met bun verstand , hunne harten nogtans komen nooit alzoo in geloofsverbindtenis met een Drie-Eenig God ; maar zij handelen doorgaans, óf met God in 't gemeen , of met dén eenen of anderen van de Goddelijke personen in het bijzonder : en zij leggen in hunne harten nooit veel gewigt op de Goddelijke Drie-Eenheid , of op het Middelaars—ambt van Christus, hoe regtzinnig zij anders deze waarheden ook mogen belijden , en daarvan denken en spreken. Maar . een ware geloovige kent geene beloften in het Evangelium, welke aan zijne ziel het leven zouden kunnen geven , dan alleen die geheel rood geverwd zijn, in het Heilige Bloed des Lams, en over welke de liefelijke geur, van de dierbare Kruis-verdiensten van den Heere Jezus die het alles alleen welriekende maakt verspreid ligt. (e)

(e) Ji niet alleen ter aanneming van onzen persttn, zoo duizend—duizend—vondig verdoemelijk voor God, maar ook met onze in dézen staat van onvolkomenheid, voor het geopend—oog des nieuwen geestei, HOE VEEL meet, in het Heilig oog van GOD , altoos zoo

Sluiten