Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan mijn linkerzijde met een mesje gestoken, en het bloed, dat verderfelijk was, werd van mijn longen afgehaald, en mijn God heeft mij, na verloop van 6 weken, weer hersteld, en niet half, maar geheel; maar toen ik voor de vierde of vijfde maal in de lucht kwam, kon ik nog geen twee pond lompen optillen, en zoo moest ik mij een zeer langen tijd met twee stokken behelpen; ook had ik in mijn ziekwezen den Heere wel eens gebeden, maar wat, dat weet ik niet; natuurlijk kwalijk, omdat ik niet ontving, en toen ik weer een geruimen tijd beter was, toen heeft God mij voor de zonden van een hoogte van 13 a 14 meter laten vallen, door drie trapgaten heen, in de Westerbaanstraat, te *s Hage, maar de Heere had nog geen lust in mijn dood, en dus heeft dat lieve Wezen mij weer spoedig hersteld; maar ik, nietige stofbewoner, bleef de zonde dienen. Toen, een tijd daarna, liet de Heere, door middel van een ander een grooten steen, van de hoogte van 10 a 11 meter, op mijn hoofd vallen, zoodat ik niet anders dacht, dan dood te bloeden. Het gebeurde in de Sir tem astraat, te 'sHage; maar de lieve Heere heeft mij genezen, en, om kort te gaan, zal ik nog een paar kastijdingen opnoemen. Ik verhardde mijn hart en ging tegen alles lijnrecht in, in blakende vijandschap snelde ik door, in alle gruwelijke zonden en ongerechtigheden, zoodat ik op het laatst door de straten, zoo hard als ik maar kon, liep te vloeken, enz. enz. Toen heeft de Heere mij het gezicht laten verbranden, door mijn eigen schuld, het was door mijn baldadigheid, door het ontploffen van kruit: mijn aangezicht was vol groote blazen, en het haar van mijn hoofd gedeeltelijk verbrand, en daarna zeide de Heere: Nu zal Ik hem slaan met een bloedopstijging naar het hoofd en een beroerte; en wel zoo erg, dat ze mijn handen moesten vasthouden met kracht, anders had ik mij wellicht de hersenen aan stuk geslagen; ik wist ook niet meer dat ik op de aarde was, en dat kreeg ik 's Maandags' 's avonds; ik had eerst non-

Sluiten