Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vol etterbuilen en stinkende wonden zat, dat ik door de zonden gansch melaatsch was, van mijn voetzolen tot aan mijn hoofdschedel, en ook niet, in geest en waarheid wist, wat vrije genade was, maar de Heere wilde het mij leeren; zoo stond ik op een morgen aan mijn schaafbank aan den Heere te denken en te peinzen, en toen gebeurde het, dat er eene zonde in mijn hart kwam, daar ik van lilde en beefde. Ik dacht: het is verloren, verloren. Het berouwde mij, dat ik op dien weg gegaan was, en dat ik er al zoo bekend voor was; want ik dacht natuurlijk, dat ik, hoe langer ik op dien weg was, hoe langer hoe vromer en godzaliger zou worden, omdat ik nog niet verstond, wat er in den , Bij bel staat geschreven, dat de Heere Jezus op de aarde gekomen was, om zondaars te zoeken en zalig te maken, en de goddeloozen te rechtvaardigen; dat begreep ik vroeger maar bloot historiëel.

Het werd alle dag hoe langer hoe erger; de gruwelen, die in mijn hart kwamen, zijn onuitsprekelijk; ik dacht dagelijks te bezwijken. Ik werd mij zeiven een twijfel en een wonder in de inwendige goddeloosheid, het steeg hoe. langer hoe hooger, en ten laatste wilde ik den moed opgeven. Toen ram de vorst der duisternis met geweld op mij af en zeide, dat ik te vergeefs op den Christus gehoopt had, dat Hij de echte Zaligmaker niet was, hij zeide: Er is maar één God, Ik ben God en niemand meer, is er geschreven, zoo sprak hij, en ik geloofde het, omdat de Heere in Genesis 1, 2 en 3 mijn oogen voor het eerst geopend had, om reden dat ik vroeger vóór mijne bekeering zoo diep was gezonken, dat ik ronduit zeide: er is geen God, hoewel ik altijd dacht, als ik het gezegd had, ik hoop maar, dat er geen is, enz., dientengevolge liet de Heere mij zien in Genesis 1, 2 en 3, dat er een God moet bestaan. De Heere deed dus daarin mijn oogen open, ik zou u daar veel van kunnen mededeelen, wat de Heere mij daarin liet zien, maar ik wensch alles maar kort aan

Sluiten