Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O Heer! bewaar ons voor de letter, Die duizenden vermoordt: of zet er

Den stempel op van uwen Geest, enz. Die zich van Waarheid woord en letter Maar dient, wat scheelt die van een ketter,

Als in de klank die 't oor bedriegt. Hij heeft geen Waarheid als gestolen; Hij gaat op rechte paden dooien, enz.

G'j grijpt de schors der Waarheid, net beleden Voor Waarheid aan; maar arme mensch gij dwaalt: Dat wezen is de Waarheid, dat beneden

Van boven in het reed'lijk schepsel straalt.

4. Tegenwerping: Dat het verstandiger, voorzichtiger, ja beter is, zulke verborgenheden te verzwijgen.

Antw. Dit is voorzeker geen wijsheid van boven; want de Drieeënige God heeft die Waarheid overvloedig in 't O. en N. T. laten beschryven; met zulk eene voorzichtigheid klimmen de menschen boven Gods H. Woord, de wijsheid van beneden wordt schrikkelijk gebrandmerkt, als: aardseh , natuurlijk , duivels. Jac. 3 : 15. „Ziet! zij hebben des Heeren Woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben". Jer. 8 : 9. „Ende indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens. Openb. 22 : 19.

De aandachtige lezer zal mogelijk wel vragen, -waaruit zulk eene voorzichtigheid toch wel zijn afkomst heeft en door de groote menigte door alle eeuwen heen omhelsd is geworden.

1. De ontkenning of verberging van de leer van Gods besluiten heeft zyn afkomst uit de algemeene genadeleer, eene leer in de oogen der Remonstranten beter geschikt om menschen te bekeeren, waartegen onze vaderen wat gestreden hebben, de algemeene verzoeningsleer eet tegenwoordig voort als de kanker. Voor eenige dagen werd door my gelezen: „daar is byna geen gemeente in Nederland waar ze niet uitgebazuind wordt," doch het ontbreekt gelukkig de gereformeerde kerk aan geen bewijzen, om ze te wederleggen. Brakel en Fruitier schryven dat beide Remonstranten en Socinianen dezelve bestrijden.

2. Deze menschely'ke voorzichtigheid heeft mede zyn afkomst uit de heimelijke verloochening van de almachtige, herscheppende en levendmakende werkingen des H. Geestes, de wijsheid dezer eeuw kan byna alles buiten den Heerb uitwerken, de mensch moet voorop, zy moeten God maar op Zyn Woord gelooven, Jezus aannemen, de genade aankweeken enz. Daarom hoort men uit onkunde zoo menigmaal van leeraren of jeugdige christenen zeggen: „zy zullen nog wel aanleeren," dit is immers onmogelijk, dat een genadeloos of levenloos mensch kan aanleeren, of de Heerb moet vooraf hun toeroepen: leeft! ja leeft!" Ezech. 16.

3. Deze voorzichtigheid heeft mede zyn afkomst, dat om onzer zonden wil, de Geest des Heeren op den drempel van Nederland

Sluiten