Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgens dit systeem toch is de kerk niets anders dan een vrije vereeniging, door hare eigene reglementen in stand gehouden.

Dan moet men door vrijwillige toetreding lid worden, dan mag er wel een plechtige bevestiging van dat lid-worden bij, dan kan men eerst, na verklaard te hebben , dat men tot den bloei van het Godsrijk in het nlgemeen en van de ft' ederlandsche Hervormde Kerk in het bijzonder, met opvolging van hare verordeningen, naar zijn verinogeu volijverig zal medewerken, met een plechtige en gepaste toespraak tot lidmaat worden verklaard!

Dit is, gelijk zich van zelf gevoelen laat, door en door ongereformeerd.

Van aanneming als lid en bevestigd worden als zoodanig kan geen sprake zijn : Wij belijden van onze kinderen, dat ze reeds vóór hun doop in Christus geheiligd zijn; omdat wij lidmaten waren werden wij gedoopt; uit dat lidmaat zijn kwam de roeping tot Christelijke opvoeding, tot Christelijk onderwijs, tot het gevormd worden in de leer en vermaning des Heeren voort; daarin ligt de grond, waarom de kerk tot het H. Avondmaal dringen moet.

Alleen vanwege hare jonkheid, wijl zij nog niet genoegaaam onderwezen het lichaam des Heeren niet onderscheiden kunnen, komen onze jeugdige lidmaten niet tot het H. Avondmaal.

Maar als zij ia staat zijn, het lichaam des Heeren te kunnen onderscheiden en blijk te geven, dat het H. Avondmaal uit behoefte wordt gezocht, neemt de kerk hen, omdat zij lidmaat zijn, als waardige dischgenooten van de tafel des Heeren aan.

De deelneming aan de viering van het H. Avondmaal moet den lidmaten door de kerk, bij wie de Heere de macht der sleutelen heeft besteld, worden toegekend of ontzegd.

Belijdenis doen mag dus nooit anders opgevat worden dan toegang vragen tot het H. Avondmaal.

Het is geen half sacrament of lidworden der kerk, althans — wat dat laatste aangaat — voor zoover het den gedoopten betreft.

Het is gehoorzaamheid oefenen ; het is betuiging, dat men blijft in den weg, waarin God ons heeft geplaatst; het is verklaring, dat de ziel naar de gemeenschap Gods door het 11. Avondmaal dorst; het is uitspreken van de behoefte des harten, dat de dienst des Heeren als een liefdedienst wordt gesmaakt.

Sluiten