Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met betrekking tot deszelfs zalige gevolgen in haar eigen oogmerk en einde, hetwelk het doel van petrus ook is, om het daarin aan te wijzen, gelijk zeer klaar afteleiden is, uit het verband en den zamenhang der zaak.

2. Zien wij dan nog wat de zaak zelfs behelst, namentlijk, het acht nemen op het woord ; daarvan zullen wij dit alleen zeggen.

a. Dat zulk een acht nemen insluit, die werkzame daden der ziele in te letten op het woord , als op den wille en openbaring van Gods welbehagen , welke in en door hetzelve uitgedrukt is, als hoorende daarin zijne stemme, onder welke de mensch zich dan onderwerpt met zijn eigen blindheid en onkunde van God en zijne wegen, met zijn onmagtig en vijandig hart, ten einde zich van 's Heeren wegen door dat woord te laten onderwijzen , met een biddend harte om licht, roepende met david : Ontdekt mijne oogen op dat ik aan* schouwe de wonderen van uwe wet Ps. CXIX: 18, in de innige begeerten om een regt kenner te zijn van zich zeiven, en van God in Christus. En opdat de kracht van de door dat woord gekende zaken, mogen zinken op zijn wil en genegenheden , en hij daardoor een onderworpene moge zijn aan de waarheid , hebbende eene innige begeerte om de bevelen des Heeren in liefde te doen, zijnde daardoor een onvervalscht instemmer met den Apostel paulus , als hij zegt: Ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mensch Rom. VII: 22 , opdat ook nog aan zijn ziele daardoor een genoegzame grond ontdekt worde waarop hij zijne hope bouwt, en door dat alles zijn geloof op de eeuwige waarheid van dat getuigenis mag rusten.

Dit acht nemen op des Heeren woord, gaat ook gepaard met eene verloochening aan de opwellingen van het verdorven verstand; zoo een rust ook op geen verbeeldingen noch droomen , noch zulk een brengt ook het woord niet, om terstond die dingen te bevestigen, noch ook niet wanneer hun iets voor het verstand schiet uit dat woord, voor eene goddelijke openbaring te hou-

Sluiten