Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Is moegelijk, hier te specificeren, van wege de overgroote menigte van zoodanige instellingen in het, Gode zij donk! tot hiertoe nog zoo weldadige Nederland

Ons komen voor den geest inrigtingen, die wij in onze stad voor oogen hebben, en waarbij men, naar plaatselijke gesteldheid, andere zou kunnen voegen.

Wij noemen: een doofstommen-instituut, soepcommissiën , kraamvrouwencommissiën, vrouwenverenigingen , zoogenaamde dorcassen, inrigtingen tot bevordering van huiselijke orde en welvaart, werkhuizen, toevlugtsoorden, gestichten voor pleegzusters; alle inrigtingen , met één woord, die, onder welken naam ook, zich een liefdadig oogmerk ten doel stellen.

Ook de vereenigingen, tot een zuiver Protestantsch doel gesticht ,■ onder anderen ook, om, door ondersteuning van behoeftige huisgezinnen, kleine gemeenten te midden eener groote bevolking van andersdenkenden in stand te houden; personen, die de slagtoffers van een overdreven godsdienstijver zijn, in nering en bedrijf te gemoet te komen — ook deze, de Maatschappij van Welstand, Unitas en Hulpbetoon kunnen onder den druk der wet komen.

Maar niet alleen iedere instelling van weldadigneïdl;' die van eene veremïging van personen uitgaat, maar ook die door bijzondere personen, dat is, ook door één bijzonder persoon, tot een lief&dig doel is gesticht, komt hier in aanmerking.

In beginsel omvat de wet al, wat voor meer dan één arme door iemand kan gedaan worden.

Sluiten