Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den grondslag uitmaken van eene weder zoo bindende bepaling, als deze ?

Zou het niet regtvaardiger zijn, te bevelen, dat er onderzocht wierd, op welken grond die régelen en gebruiken rusten, en, indien zij bleken onwettig te zijn, dezelve dan afteschaffen, en mstellingen, die regtens vrij zijn, ook vrij te verklaren van het vragen van goedkeuring harer begrooting en van alle belemmerende bepalingen, die zij zich, misschien haars ondanks , lieten welgevallen ?

Dat zou meer in den tegenwoordige» geest van vrijheid, in den aard der bestaande afscheiding van kerk en staat gehandeld zijn, dan misschien nog nieuwe banden, gelijk hier ten aanzien van sommige besturen welligt geschiedt, aanteleggen.

Dat art. 26 de voorschriften, in art. 19, 20, 22, 23 en 24 gegeven, wil hebben in acht genomen, onverminderd de verdere goedkeuring, die, uit den aard der instellingen, op de genoemde handelingen wordt vereischt van kerkelijke bestwen en anderen, beteekent niet veel. Dewijl niet van deze goedkeuring, maar van die van het burgerlijk gezag, de handelingen, die er bedoeld worden, allereerst zijn afhankelijk gemaakt, wordt hier ook weêr een schijn van gezag aan die besturen gegeven, terwijl het ware gezag hun wordt uit handen genomen.

Tegen artikel 27 is veel intebrengen. Het behelst eene zeer dtukkende en belemmerende bepaling. Het strekt trouwens al weder, om aan het burgerlijk gezag eènen invloed op armverzorging en

Sluiten