Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderstand in aanmerking komen, en de instellino-en tot het verleenen daarvan bestemd"

Dit moge goed en schoon op zich zelve zijn, en ook waar en regt, voor zoo ver het instellingen van weldadigheid betreft, waarover de Staat magt heeft, maar voor zoo ver hij die niet betreft, is het onregt.

Onregt is het, ten aanzien van de zuiver kerkelijke en bijzondere instellingen van weldadigheid Zij mogen de hier bedoelde betrekking regelen, zoo als zij verkiezen. Het zullen trouwens alleen de eersten zijn, die eigenlijk met de beide bedoelde punten iets te doen hebben.

Men schijnt niet te hebben kunnen vergeten, dat die instellingen, 't zij ze eenmaal op openbaar gezag zijn erkend of toegelaten, 't zij ze hare eigene instellingen , overeenkomsten en reglementen nog maken, zij zich aan derden en derden aan zich verbinden, als naar regte (1).

Wijders leest men, al. 10, p. 15: » De ervaring heeft aangetoond, dat die regeling, zoo als zij is vervat in de wet van den 28 November 1818, Staatsblad n". 40, de vereischte volledigheid mist en voor verbetering vatbaar* is."

Tot hiertoe, was de diakonie, ook de vrije ongesubsidieerde, ongetwijfeld in een zeer afhankelijken toestand geplaatst.

Zij was dat vooral door de in de kerk beruchte wet van 1818, met al de uit haar voortgevloeide of niet

(1) Zie boven bl. as.

Sluiten