Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de Secretarissen:

aan hunnen Amanuensis. W:V Art. 98.

De bezoldigingen, emolumenten of uitkeeringen der Beambten, die door de Commissie worden aangesteld, worden bij elke benoeming door haar bepaald op prae advies, als bij Art. 49 is aangewezen.

Met betrekking tot de benoeming van Kosters, strekt tot grondregel, dat hun worde toegekend: 1» vrije woning in bet Kosters-huis, terwijl alle lasten, buiten de grondbelasting, voor hunne rekening blijven. 2o de verkoop ten hunnen behoeve van regenwater, waartegen de Kosters voor het in orde houden der pompen ten hunnen koste zorgen. 80 de voordeelen van het Doophuis, met uitzondering van hetgeen voor de jaarlnksche huur der plaatsen betaald wordt. Het vuur voor die plaatsen wordt hun afzonderlijk vergoed. 4» Eene som van Veertig Gulden 's jaars voor het schoonhouden en opmaken van hetgeen bn de bediening van Doop en Avondmaal gebruikt wordt, het Zilverwerk daaronder niet begrepen. 5' Eene som van Honderd vijf en twintig Gulden, als schadeloosstelling voor receptie van gecommitteerden tot de Kerk, benevens in de Kerk dienstdoende Predikanten, Diakenen en Collectanten, in eene voor rekening van den Koster gemeubileerde, verwarmde en verlichte kamer, met verstrekking van kothj ot thee, naar tijds-gelegenheid. Het ameublement in de vertrekken, niet tot het Kostershuis behoorende, blijft voor rekening van de Commissie.

Sluiten