Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij u kastijdt; dat Hij het doet tot uw nut, Hebr. XII; tot uw waarachtig nut; tot uw eeuwig welzijn: »»Opdat gij Zijne heiligheid zoudt deelachtig worden,"" — tot uwe zaligheid dus. Dan zal Hij u leeren verstaan, dat Hij u in 'tbizonder een bewijs heeft gegeven van Zijne onuitsprekelijke genade in Christus voor zondaren. Hij zal u doen zien, dat Hij een' sterken band aan de aarde u ontnomen heeft, opdat er een sterker, veel sterker band voor u aan den hemel, aan Hem, voor in de plaats zou komen, 'tls toch de genadige en barmhartige God alleen, die hierin tot u spreekt. Hij wil van Zijne zijde niets anders dan dat gij er levenslessen door zult leeren; dat gij er winste van moogt hebben voor de eeuwigheid. Is dat niet de heerlijkheid Gods zien? Is dat niet heerlijk? Voor zondaren zulk eene bemoeienis, behalve ontelbaar andere en onschatbare! Is die God niet heerlijk? Is dat Evangelie niet heerlijk?

Hij leere u deze vragen met uwe gansche ziel, met geheel uw hart beamen, en uwe ziel zal leven in eeuwigheid om Hem en het Lam toe te brengen de eer, den lof en de dankzegging tot in alle eeuwigheid.

De God en Vader van alle genade en barmhartigheid geve ons eenmaal in ^volmaaktheid met elkander en Zijne heilige engelen Zijnen en Christus' Naam groot te maken ook voor deze bemoeienis, die Hij nu met u wil houden!"

Nog een' anderen brief, ook van een' predikant, voeg ik hieraan toe. De schrijver was een ringbroeder, die, zooals uit zijne letteren blijkt, de afgestorvene den vorigen rustdag nog in welstand ontmoet had. Reeds den daaraanvolgenden Dinsdag •verleed zij.

De brief is van den volgenden inhoud:

»God sterke u in den diepen weg van beproeving en smart, waarin gij u zoo onverwacht geplaatst ziet. God trooste, waar alle menschelijke troost niets vermag; God droge de tranen, die voorzeker in overvloed gestort worden over het plotseling verlies der geliefde dochter.

Sluiten