Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen. Dan openbaart de Heere Jezus zich aan de ziel als die lijdende Verlosser, wiens bloed van alle zonden reinigt; Hij geeft vreugdeolie voor asch, en het gewaad des lofs voor een' benauwden geest. —

Ik mag op dezen heiligen rustdag, al is het ook gebrekkig, in stille overdenking bezig zijn. Door ouderdom en zwakte kan ik naar het bevel des Heeren niet meer tot Zijne poorten ingaan met lof, waar Hij met Zijnen Geest tegenwoordig is, als de Waarheid verkondigd wordt.

Welke feesttijden waren dat, vooral, als des leeraars mond bestuurd werd om naar het harte van heilbegeerigen te spreken; als de liefde Gods in het hart werd uitgestort en het soms voor de geheele week teerkost was voor de ziel. Och! dat heil kent de wereld niet; het geeft een' vrede, die alle verstand te boven gaat; het zijn hartsterkingen, door genade geschonken om de woestijn getroost te doorwandelen.

Maar toch, de Heere is aan tijd noch plaats gebonden; Hij kan overal komen en zegenen; Hij openbaart zich zoowel in de binnenkamer als in Zijnen tempel, en zalig de mensch, die met zulk een genadig bezoek mag vereerd worden.

Och, Heere! verwaardig mij veel met zulk een bezoek en verlaat mij niet, terwijl de ouderdom en de grijsheid daar is. Verwaardig mij met volle bewustheid te mogen heengaan naar het Vaderhuis Daarboven, waar geene ziekte of pijn, geen rouw of gekrijt meer zijn zal. Och, dat er niet een van de mijnen mocht gemist worden; dat ik zonder verschrikking voor Uwen rechterstoel moge verschijnen, zeggende: »»Zie hier ik en de kinderen, die Gij mij gegeven hebt, want Gij hebt ons Gode gekocht met Uw bloed. Gode en het Lam zij eer en heerlijkheid tot in alle eeuwigheid."" Laat ik mij hier op aarde maar meer en meer als een gast en vreemdeling beschouwen en met al mijne nooden en behoeften dagelijks tot Uwen genadetroon toegaan, want niets is hierbeneden volmaakter dan de onvolmaaktheid. Zelfs datgene, wat wij dagen tevoren als eene stoffe van blijdschap dachten te genieten, wordt, zoo niet geheel, dan toch in zulk eene mate getemperd, dat wij in waarheid zeggen moeten: »»Hierbeneden is het niet."" —

Sluiten