Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bondenc Staats-constitutie het land in beroering en meer dan ééne reis op den oever van zijnen ondergang gebragt heeft.

Zulk een beslissend tijdperk is voor Nederland het jaar 1672 geweest. Hoe weinig ontbrak er aan, of wij waren als een wisse buit door Engeland en Frankrijk als ingezwolgen geworden. En wien is het te wijten? Zeker niet den Stadhouder en hun die den gevestigden Kerk- en burgerstaat zonder geveinsdheid een goed harte toedroegen. Even zoo moeten wij oordeelen over den schier hopcloozen toestand, waarin het land verkeerde ten jare 1748. En aan geene andere oorzaken zijn de rampen toe te schrijven die ons in den jare 1787 hebben getroffen.

De Heere zag deze afwijking; de miskenning, de versmading van hetg een Hij gewrocht had. Hij tuchtigde ons en gaf blijk op blijk van Zijn heilig ongenoegen. Zoo snoode ondankbaarheid bleef niet ongestraft. Hij toonde echter dat Hij ons niet geheel wilde verlaten en aan onze boosheid overgeven. Hij wendde dikwijls Zijnen toorn af en wekte Zijne gansche grimmigheid niet op. Hij gedacht Zijns verbonds, dat Hij vrijwillig met ons gemaakt had en was in het midden des toorns der ontferming gedachtig. Door des Heeren genadig bestuur bleef dit land in wezen en vrij; de vijanden konden het niet overweldigen; de binnenlandsehe-vijand, zoo als wij reeds zagen, werd beteugeld; de oude inrigting van Kerk en Staat bleef, telkens óp nieuw bevestigd; de Overheden beleden voortdurend de ware Godsdienst; aloude wetten en gebruiken behielden hunne kracht; de Leeraren der Kerk bleven verbonden aan de vastgestelde Kerkleer; de zuivere waarheid werd nog steeds gepredikt en in de scholen onderwezen; er was nog een goed aantal ware Godvruchtigen onder ons; velen nog die in hunnen wandel de kracht der waarheid openbaarden, wier daden overeenstemden met hunne behjdenis. In een woord, de afwijking had een aanvang genomen; zij bestond; maar nog was Nederland het land van Gods zorg en trouw.

Sluiten