Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vloeijende, wij bij den aanvang volstrektelijk hebben ontkend.

Op Art. 27 rijst eene gewigtige vraag:, behoeft namelijk een Kerkgenootschap, volgens de Grondwet van den Staat gescheiden en een erkend zedelijk ligchaam uitmakende, de magtiging van burgemeester en wethouders, om door inschrijving of collecte van zijne leden gelden bijeentebrengen ? Die vraag moet, naar het mij voorkomt, ontkennend beantwoord worden: bij het woord openbare zal dus algemeene, dat is ook bij niet-leden van het Kerkgenootschap moeten worden gevoegd.

De M. van T. zegt: de openbare orde en de waarborg voor de ingezetenen, dat hunne weldadigheid niet onnoodig met verkeerde bedoelingen of tot minder goede einden worde ingeroepen, vorderen enz.

Wat eene vaderlijke zorg heeft de Minister toch voor de ingezetenen 1 Intusschen begrijp ik niet, waarom zij meer gevaar loopen, dat hunne giften, die buiten dan die in de kerkgebouwen aan dezelfde personen toevertrouwd zijn, verkeerd zullen besteed worden; mede begrijp ik niet, hoe de openbare orde gekwetst kan worden. Maar zijn mogelijk die redenen slechts voorgewend en is het ware doel om de armbesturen in bedwang te houden? Haast zoude men dit, uit hetgeen in de tweede alinea bepaald wordt voor waar aannemen. Hoe het ook zij, de wet kan alweder hierin aan de kerkelijke armbesturen alleen voorschrijven, dat zij aan burgemeester en wethouderen eene bloote kennisgeving zenden van den dag, waarop zij eene collecte bij de leden van hun kerkgenootschap zullen doen,

Sluiten