Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werf in bloemkelken gevangen blijven; ook wist hij niet dat de zoogenaamde galnoten ontstaan ten gevolge van den steek der wesp die hare eijeren, tusschen het weefsel der bladen inlegt. De Nederlandsche uitgave van 1682 drukt zich omtrent het eerste punt beter uit: „Ik heb meermalen gezien in de blaasjes aan d'Olm-boomen, Eike-boomen en andere boomen de saadstof dusdaniger beestjes, ten deele onder de gedaante van Bigertges en ten deele onder de gedaante van Ondiertjes met vleugels voorzien en deze blaasjes onder een glas bewaard bragten voor een gedeelte Moggen, en voor een gedeelte Watervliegen voort. Het gene een verwonderensweerde saak is. Deze blaasjes krijgen dusdanige saad-stoffen van de Vliegen en Ondieren die daar opsitten wan neer se nog niet hard zijn en haar saad daarop laten blijven." (D. II. bl. 319). Verder op bl. 327: „Doch het aanmerkelijkste hier omtrent is, om uit te vinden op wat wijze de Wormen binnen in de Noten en in andere dicht geslote vrugten komen? daar over aangemerkt diend te werden dat het saad dezer Wormen gelegt werd in de Bloem dusdaniger vrugten, het welk dan met er tijd tot Wormen aanwast."

Gewoonlijk wordt gezegd dat de oorsprong der insekten in de uitwassels en weefsels der bladen door Swammerdam is doorzien en door Malpighi tot zekerheid is verheven; de ware verklaring der in de vruchten voorkomende larven wordt aan Vallisnieri toegeschreven, maar wijl de waarnemingen dezer geleerden eerst na 1665 zijn openbaar gemaakt is Kircher wat de afstamming dezer diertjes uit vooraf bestaande insekten betreft hen voor geweest, al heeft hij ook de bijzonderheden dezer voortplanting niet achterhaald. Dit vermindert echter niet de verdiensten van genoemde natuurkundigen; Swammerdam heeft den grondslag gelegd der wetenschappelijke insektenkunde en de ware natuur der gedaantewisseling getoond, Vallisnieri bewees voldingend dat de insekten die binnen in de vruchten voorkomen als eijeren door het moederdier daarin worden

Sluiten