Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehandhaafd werden. Daartoe werd een Reglement gegeven op de administratie der kerkelijke fondsen, het werd vrijgevig ingevoerd. Elke provincie had bevoegdheid het naar gelang harer inzigten en omstandigheden te wijzigen; ja de gemeenten wier belang of toestand het vorderden, "konden er geheel van vrijgesteld worden, als zij zulks maar vroegen bij adres aan den Koning. Het Reglement droeg de kenmerken der oude republiek, toen de kerk naauw met den staat vereenigd was. Wel werd toen en later aanmerking gemaakt over de bevoegdheid van den Koning en getracht het regfr der gemeente te handhaven, om gelijk andere gezindheden, als ieder zedelijk ligchaam, het beheer over de goederen zelf te voeren. De tijden van welvaart die met de komst van Wiij.em T op den troon aanbraken, zijn vaderlijke regering, zijn belangstelling als lid van het Herv. gen., de belofte van geldelijke hulp, deed veel voorbijzien. Vele gemeenten voerden die orde van zaken in, anderen bleven wel in vorigen toestand, doch door de voorwaarden op te volgen die voorgeschreven waren om den exceptionelen toestand te verkrijgen, werd ook in deze de magt door den Koning genomen geëerbiedigd; men berustte in het gezag Hem toegekend.

Volgens dat Reglement werd er een Collegie van Toezigt door den Koning aangesteld- in elke provincie, waarvan de Gouverneur (later Commissaris genoemd) Voorzitter was en de Griffier der Staten Secretaris. Twee leden van Gedep. Staten, twee van het Provinciaal Kerkbestuur, vier notabelen, leden der Herv. Kerk, hadden daarin zitting. (1) Dit collegie

(1) In sommige provinciën was in het getal eenig verschil.

Sluiten