Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijt nn vrij, maar pas op, dat ge onze geboden volgt. De Commissie heeft echter met veel naauwgezetheid overwogen, alles behoorlijk nagegaan, maar toch niettegenstaande de innige overtuiging, dat ze geen magt of bevoegdheid had te reglementeren of wetten te geven, evenwel een reglement gegeven. Ze deed het uit liefde. Of het liefde voor de gemeenten was, dan voor zich zelve, is eene vraag.

Wij willen eenige feiten constateren. Vooreerst dat uit het vermelde blijkt, dat de Koning geen bevoegdheid had, tot de magt die hij zich in het belang van 7 geheel toeeigende; dat de Kerk slechts duldde en zich onderwierp; dat de benoemingen plaats vonden naar het reglement, maar door de gemeente; dat de benoemingen niet worden ingetrokken, maar het reglement en de besluiten; dat de Commissie geen last als wetgever ontving, ja wel verbod; dat ze dit zelfs beweert; en ten laatste dat het tegen alle regt en billijkheid strijdt de gemeente vrij te verklaren en toch nog eerst de wet te stellen. — Na deze, wij erkennen het, zeer onvolledige en oppervlakkige herinnering van toestand en geschiedenis, komen wij tot de vraag: was die maatregel van de Commissie noodig?

De Commissie beweert van wel. Er was niemand die het doen kon. De Staat verklaarde niets meer te kunnen doen dan tijd geven, de Kerk ha"d geen bevoegdheid!! Maar wie dan? Men zegt met 1 April 1869 is de Kerk Heerloos. Dat zal zijn zonder heer, zonder voogd. Doch wij vragen het, is het billijk, regt, waar andere Kerkgenootschappen zich zelf beheeren, te beweren dat het grootste Kerkgenootschap zich zelf niet redden kan? Heeft de gemeente, als ze vrij is verklaard van banden, die haar tot hiertoe on-

Sluiten