Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stellen mijner kracht; waar zijn de verlorenen? wilt gij Mij daar volgen, daar brengen? Wat zou uw antwoord zijn, indien Hij met deze vraag tot u kwam ? Misschien: Ja, Heere! en gij zoudt Hem brengen bij eenen vriend met de aanbeveling: Hij is waardig dat Gij hem dit doet, hij is overtuigd van zonde, gevoelig, gaarne sprekende, altijd hoorende, dikwerf weenende, waar men over God en zijne dienst handelt; er is hoop voor Hem. Doch mij dunkt ik hoor Jezus zeggen: Dat harde, eigengeregtige hart ia bezig zichzelf te zoeken, heeft nog geen zoekenden Zaligmaker noodig, hoeren en tollenaren zullen hem voorgaan in het koningrijk Gods.

Welligt meent gij een geschikter voorwerp gevonden te hebben in een man], die onversohillig, vijandig, maar braaf en edel, die ten minste voor overtuiging vatbaar is; dan klinkt het u tegen: Ik ben gekomen, niet om brave menschen maar zondaren te roepen tot bekeering. Weet gij nog niet wat het- zegt: verloren te zijn? Yolg Mij dan. Hij brengt u bij iemand, van wien gij moet zeggen : geen hoop. Hij leidt u in de vuilste steeg, in het donkerste hol. Gij waagt het te zeggen: Maar mijn stand, Heere! Waar zou uw stand zijn, indien Ik den Mijnen niet vergeten had? Daar staat gij voor een vijand van alles wat den naam van goed draagt, iemand, dien gij u schaamt mensch te moeten noemen. Heer! waarom juist deze? Opdat gij zoudt leeren, dat allen even digt bij de genade, en allen even ver daarvan verwijderd zijn. -— Maar is het mogelijk? — Wat is niet mogelijk, —- nadat gij gevonden zijt? Hij spoort dien man op, begint met zijn hart, zijn geweten en eindigt met hem zeiven te vinden.

Waar de HeeT zou gaan, zoo Hij hier ware, daar is het onze roeping te komen. Maar waar vinden wij zoekende liefde onder de vromen? Wij hebben goudzoekers, gelukzoekers en vele soorten van zoekers meer, maar zie-

Sluiten