Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brood en wijn gesproken hadden, niet zouden begrepen hebben; en dat hij, die verklaard had : is heeft slechts de beduidenis van beteekent, hun niet zou hebben bevredigd. »Het lag geenszins in den geest van dien tijd, noch zelfs van de Oosterlingen in het algemeen, om het beeld en het door het beeld uitgedrukte aan een scherp beoordeelend en naauwkeurig nadenkend verstand te onderwerpen. Van hier, dat in de schriften der kerkleeraars van de eerste eeuwen zoowel van een wezenlijk en waarachtig genot van Christus ligchaam en bloed bij het Avondmaal als van brood en wijn, als teekenen en onderpanden, gesproken is : waaraan moet worden toegeschreven, dat Roomsche, Lutliersche en Gereformeerde Godgeleerden zich gelijkelijk hebben bediend van die schriften, om hun gevoelen te staven en te doen voorkomen als het gevoelen van de oude Christelijke kerk.

In de drie eerste eeuwen zijn vooral twee hoofdrigtingen op te merken. De eerste is die der wezenlijke tegenwoordigheid van het ligchaam en bloed van Christus in brood en wijn, (zijnde eene geheimvolle vereeniging van den vleesch geworden logos of het woord (Joh. I : vs. 1.) met brood en wijn, bij i&natiüs (a°- 110), justinus (130), irenaeus (a°- 170). De ticeede is die der vertegenwoordiging van het

i'

Sluiten