Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frederik bezet, en vertrok van Antwerpen met de als toen voor de laatste maal van daar afvarende stoomboot naar Botterdam, waar hij door vele ingezetenen met groote belangstelling ontvangen en verwelkomd werd.

Buiten deze benoemingen werd hij nu en dan tot voorbijgaande werkzaamheden geroepen, als tot het regelen der in- en uitgaande regten op de manufacturen, onder het presidium van prof. Herman Tollius. De papieren dien aangaande, welke in zijn bezit waren, heeft hij aan prof. H. W. Tijdeman op diens verzoek toegezonden.

Met Mr. Gijsbert Karei graaf van Hogendorp bekend, stond hij met dezen onzen beroemden land- en zijnen stadgenoot menigwerf in betrekking en briefwisseling.

Eene geheele reeks brieven (*) betreffende plannen van colonisatie onzer voormalige bezitting de Kaap de Goede Hoop aangaande, die evenwel nimmer verwe zenlijkt werden, was onder meer een gevolg dier betrekking. Deze briefwisseling gevoerd in de jaren 1802—1804 werd door mijnen vader aan mijnen broe-

(*) Achttien in getal en twee Mémoires. Eén in dato 23 Julij 1802 aan G. J. van den Bosch ter Goes. — 19 Ang. Amst. aan B. Ledeboer. 8 Sept. Adrichem bij Beverwijk, aan denzelfde, en zoo tot 26 Aug. 1804 geschreven uit Adrichem bij Beverwijk aan denzelfde.

De redevoering ter gedachtenis van Gijsbert Karei van Hogendorp door Mr. F. A. van Hall, Amst. 183S, vermeldt van dit plan niets. De Navorscher, jaargang VI, heeft blads. 198 een brief van G. K. V. Hogendorp opgenomen waarin van die onderneming gewaagd wordt.

Sluiten