Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijne onbegrensde goedhartigheid kende slechts/ de goede zijde der menschen, van daar werd misskien wel eens bij hem datgene voor zwakheid gehouden, wat nit de reinste bron van het hart voortvloeide. Bij al zijne goedheid herinner ik mij evenwel niet, dat hij ooit de dupe dergenen geweest is, die hem niet genoegzaam kennende, deze tot hunne oogmerken trachtten te gebruiken. Milddadig schonk hij gaarne, maar leende noode.

In gezelschap vrob'jk, dikwerf geestig, gevat en vaardig in het spreken, verlieten hem deze eigenschappen zelfs in zijne hooge jaren niet. Vele voorbeelden aou ik kunnen aanhalen. Met zijnen tijd nog steeds voortgaande wekte dit de opmerkzaamheid op van onze^zoo teregt gevierde schrijfster, toen nog mejufvrouw A. L. G. Toussaint. Deze logerende ten huize van den heer

Dr. J. J. van Oosterzee, soupeerde ten zijnent

menschen te zien en te ontvangen was zijn grootste genoegen. — De opgeruimde godvruchtige grijsaard, de met zijnen tijd medegaande oude, hetgeen ook zigtbaar was in het hem omgevende, veroorzaakte, dat zij haar gevoel en bewondering deswege uitsprak, mijn vader zeide: „Ik sta op Nebo," zij repliceerde daarop: „Alzoo is mijnheer wel bereid, maar niet gepresseerd."

Nooit zag men hem ontevreden of misnoegd, slechts eenmaal zag ik hem gekrenkt, toen na onze gezegende omwenteling en geregelde staatsregeling zijn naam niet voorkwam op de lijst der regeringsleden en hij begreep

Sluiten