Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te achten, maar de handen met moed, in opzien tot hooger, aan het werk te slaan, dewijl nn nog een vermogend, kernachtig, liefdadig en gaarne hnlp verleenend deel der gemeente in leven was. "Wij weten hoe schitterend de uitkomst deze zienswijze geregtvaardigd heeft.

Het voortdurend welzijn en welvaren der zijnen én in een geestelijk én in een stoffelijk opzigt lagen hem na aan het harte. Van daar, dat hij aan zijne kinderen en kindskinderen een toespraak naliet, — in 1842 gedrukt, niet in den handel —, die van zijne liefde en godsvrucht getuigt.

Hij erkent daarin de weldaden in lijn leven van God genoten en wekt de zijnen op dien God te eeren, door vaste grondbeginselen, door geloof in een echt practischen zin, door zelfverloochening, door geduldig dragen, hopend wachten en door voorbereiding tot ons einde.

Afstammend uit een ond Westphaalsch riddermatig geslacht, waarvan de naam ('9) reeds uit het midden der eeuw in de oorkonden van Osnabriick voorkomt, eene bijzonderheid aan slechts zeer weinige geslachten eigen (10), — nazaten uit oudere liniën en uit hem zeiven (11) zijn als nog in het bezit van eenige der oude goederen, — erkende hij in zijne toespraak ook deze zegening, als het niet onverschillig achtende uit een aanzienlijk geslacht gesproten te zijn en eenen naam te dragen, dikwerf met achting en eere genoemd (2 2),

Sluiten