Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te worden, en het eerst onder de inwoners van Zcbu» Ion en Najphlali of Galilea zon verschijnen (1), in die landstreek, welker bewoners bet minst beschaafd en daardoor het meest onkundig waren.

Behalve hetgeen gezegd is , maken de Profeten ook melding van de werkzaamheden, boedanigheden en lotgevallen van dien Persoon, die een Eenige en uitstekende zou zijn.

Mozes kondigt het volk de komst van eenen Profeet, Leeraar of Godsgezant bij uitnemendheid , eenen boven alle Profeten uitstekenden ; want Hij zou zijn een Eenige, gelijk hij , mozes , die een eenig Hoofd en Leidsman van het Israëlitisch volk was, zeggende: » een Profeet als mij zal u de Heere uWe God vertrekkenen voegt daar met veel nadruk bij: » naar Hem zult gij hooren ;" dat moet zeggen — vermits het volk verpligt was naar alle Gódsgezanten te hooren — een hoogst belangstellend hooien en behartiging van hetgeen deze Uitnemende zou verkondigen, en vooronderstelt dus dat Hij , die Profeet, het volk hoogstgewigtige waarheden , zoo als te voren nooit gehoord waren, zou kenbaar maken. Ook blijkt de hooge voortreffelijkheid van dien Profeet, boven alle anderen, uit de uitdrukkelijke bedreiging, door Jehovah zeiven daarbij gevoegd : »en het zal geschieden, de man, die niet zal hooren naar Mijne woorden , die Hij in Mijnen Naam zal spreken , van dien zal ik het zoeken (2)." — De Profeet joöl voorspelt even zoo de komst van eenen Leeraar, die boven allen zou uitmunten, wiens verschijning de algemeene bedeeling -des H. Geestes zou voorgaan , en een hoogst gezegende voor het volk zou zijn, welke hij ook noemt een Leeraar der geregtigheid (3).— De Profeet jezaja voorspelt, dat uit den afgehouwen' stam van isaï een teeder spruitje zou voortkomen, die een

(1) Hoofdst. VIII; 23. IX: 1—6. (2) Dout. XVIII: 15 , 18 en 19.

(3) Hoofdst. II: 23.

Sluiten