Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

losser volkomen zaligmaken; dat zal zoo zijn, zoo waarlijk de Heer dit sprak en Hij volkomen heeft voldaan aan al de eischen van zijnen Vader aan de behoeften van ons geslacht.

Trekken wij dus alles zamen, wat wij dusver in de eerste helft van Joh. VI hebben aangetroffen, dan is het ons duidelijk, dat de Heer zichzelven als den weg des levens volkomen, in helderheid en overtuigende kracht voorstelt, zoodat de zondaar redelijker wijs Hem moest erkennen, zoeken en aannemen; maar dat onze oorspronkelijke blindheid, moedwil en hoogmoed ons niet alleen in den weg staan, maar ook belemmeren en tegenwerken. Alle belangstelling, welke wij daarom in ons zeiven en in andere Evangeliehoorders ontmoeten, die enkel stoffelijk is en niet geëvenredigd aan het hooge gewigt der zaak en het heil onzer onsterfelijke zielen, is ongenoegzaam. Wij moeten leeren zijne woorden geloovig aan te nemen, overeenkomstig dezelve Hem te zoeken en te aanbidden, en door de genade des H. Geestes ons geheele vertrouwen op Hem te vestigen. Hij zelf heeft ons dezen weg zoo volkomen geleerd, dat wij niet feilen kunnen, indien wij denzelven, op zijn woord, slechts inslaan en met ware belangstelling behartigen. Daarom mogen wij eiken zondaar wel toeroepen hetgeen God zelf Ezech. 33 zegt: waarom zoudl gij sterven? Het verloren gaan van eiken zondaar, die in onbekeerlijkheid sterft, zal blijken moedwil en eigen schuld te zijn en daarom des te rampzaliger wezen. Lezers! laat ons dan ons zei ven benaarstigen, dat wij niet in het exempel der ongeloovigen vallen en de schuldige oorzaken zouden worden van het gemis eener eeuwige zaligheid, welke wij door Jezus Christus zouden kunnen bereiken.

2

Sluiten