Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

peloos aan onze zijde en wij kunnen, welke poging wij dan ook aanwenden, in ons zeiven aan geene verlossing denken, Magteloos zijn wij eindelijk ook, om onze harten te vernieuwen tot heiligmaking en godzaligheid. Indien ons verstand verduisterd is en menigmaal dwaalt, indien onzen wil verkeerd is en vaak het zondige en gebrekkige kiest, indien het bedenken van ons vleesch vijandschap is tegen de wet van God, zich daaraan niet onderwerpt en dit ook niet kan, hoe zouden wij dan immer onze harten kunnen vernieuwen tot bekeering? zoo min een moorman zijn huid of een luipaard zijne vlekken kan veranderen, zoo min kunnen wij goed doen, die geleerd hebben kwaad te doen. Wie dus zijn leven door eigen wijsheid, door eigen kracht of door eigen deugd zal willen behouden, die moet het waarlijk verliezen.

In de woorden van onzen Heiland ligt eindelijk nog opgesloten, dat de weg van behoudenis onzer onsterfelijke zielen alleenlijk ligt in het verliezen van ons leven in den dood. De mensch leeft, hij is zich door zijn verstand van zich zeiven bewust, hij werkt door zijnen wil en door zijne kracht. Maar is nu alles wat hij denkt en wil en doet met zonde bevlekt, ten goede magteloos en van God afwijkende, dan moeten eigen inzigt, eigen wil en eigen kracht in den dood of er is in eeuwigheid geen waar leven voor de zielen; wie dus zijn leven wil verliezen door zich te onderwerpen aan de heerschappij der genade, die zal betzelve vinden. De mensch heeft een onbetaalbare schuld bij God; hij kan den losprijs zijner ziele niet voldoen alleen door het offer. der volmaakte gehoorzaamheid tot in het lijden des doods van onzen Heer, alleen door het dragen der straf des doods in onzen plaats door Hem, die met zijn hart Borg geworden is, om tot God te genaken, alleen in de eeuwig geldende geregtigheid van Hem, die

4

Sluiten