Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heer was wel op aarde gekomen tot heil en redding der rnenschheid en allereerst van zijne tijd en landgenooten. Hij deed in woord en bedrijf wel alles wat daartoe rigtte en dienstbaar zijn kon en droeg wel de kenteekenen, dat Hij de van ouds beloofde Messias was, maar in plaats van aannemen zoo verwierp men Hem, men geloofde voor het grootste gedeelte niet in Hem en maakte van zijne heilweldaden geen betamend gebruik. Dwaas, onvoorzigtig en hoogst schadelijk mogen wij dit nu wel noemen, maar helaas, dezelfde verkeerdheid heerscht nog en wordt niet zelden onder Christenbelijders gevonden, die beter konden en moesten weten en die hun eeuwig geluk daarmede moedwillig verwaarloozen. En dit klom nu in Jezus dagen zoo hoog, dat het zich tot vijandschap, tot tweespalt en zelfs tot bloeddorst zette tegen Jezus en zijna aanhangers. Hoe diep moet toch het menschdom gezonken zijn, dat men vijandschap koesteren kan tegen den Zoon van God, die zoo oneindig hoog verheven is, die uit enkele menschenmin, om zondaren uit de diepste rampzaligheid te redden, de menschelijke natuur heeft aangenomen en ziöh aan allerlei behoefte, ellende en den dood zelfs heeft bloot gesteld, opdat wij tot God zouden worden terug geleid; en nogtans zegt de geschiedenis ons dit, en zouden onze eigene harten en onze eigene ervaring daarvan niet zelden mede getuigenis geven kunnen. En als dan nu menigeen eens in dezen strijd des levens en der onzekerheid den dood sterft en deze wereld verlaat om eene beslissende eeuwigheid in te treden, is het dan niet te vreezen, dat de een en de ander in dien stroom omkomt en verloren gaat, en zich «daarna beklaagt, niet ernstiger en naauwlettender daarop te hebben nagedacht P en zouden wij dan dit getal van ongelukkigen met onze personen moedwillig vergrooten? Op deze en dergelijke omstandigheden en Bitkomsten

Sluiten