Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet eene sterke aandrang zijn, om in de belijdenis en dienst van onzen Heer standvastig en getrouw te wezen. Op de uitkomst eener zaak en keus te zien is gewisselijk van het grootste belang; als de zaak op zich zelve reeds afzigtelijk en verfoeijelijk is, gelijk wij dat schamen van den Heer en zijner woorden te midden van een overspeelig en zondig geslacht noemen mogen; als daaraan een allerrampzaligst loon verbonden is, en in het tegenovergestelde de uitkomst allerheerlijkst wezen zal, worden dan 's Heilands tijdgenooten en ook wij niet ten sterkste gedrongen, om standvastig en getrouw te blijven in de belijdenis en dienst van onzen Heer? Maar, indien deze aandrang krachtig op ons werken zal, zoo is het noodig te Staan naar eene volledige overtuiging van de waarheid der leer, van de dierbaarheid van Christus, onzen Zaligmaker, en van eene toekomende algeheele beslissing zijns koningrijks. Volstrekt noodig is het, dat wij staan naar eene volledige overtuiging van de waarheid der leer die wij belijden. Nooit toch zullen wij voor onze belijdenis staan en strijden, nimmer zullen wij er den smaad en hoon der wereld om verduren of zoo het er op aan kwam ons leven veil voor hebben, zoolang wij niet volkomen overtuigd zijn, dat zij de geheele waarheid, zooals zij uit God is, in zich bevat en uitspreekt. Tot dat einde is een iegelijk onzer ten duurste verpligt tot de verkrijging van eene heldere en gegronde kennis der waarheid, opdat wij niet door allerlei schijn en wind van leer zouden worden omgevoerd. Tot dat einde is het niet minder noodig, het wel gegronde, het geheel waarachtige en goddelijke van de waarheid wel te onderkennen, opdat wij in genen deele mogen geschokt en geslingerd worden, maar veil en pal staan in den strijd. Tot dat einde moet boven al de waarheid in onze harten leven en wij uit dezelve door de genade Gods geboren

Sluiten