Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bekend is het, dat er bij de zoogenaamde Heeren Meesters in Nederland eene permanente Kommissie bestond voor de zaken van het Indisch kerkelijk bestuur, en dat bij deze Kommissie een fonds aanwezig was, bestemd om eenige jongelieden in Nederland voor de dienst der Indische kerk te laten studeren, en tevens om daaruit te verstrekken vrijen overtogt en andere emolumenten voor de naar Oost-Indië vertrekkende Predikanten. Van dit fonds vindt men aangeteekend, dat het in 1802 in kas had eene som van ƒ 12,422, en dat het zijn bestaan te danken had aan, en onderhouden werd door vrijwillige contributiën, waarvoor door de ingezetenen in de kolonie werd ingeteekend onder den naam van : Fournissement voor kerkelijke zaken.

Ook vindt men gewag gemaakt van een Testament van wijlen zekere Lucia Uoffman te Dordrecht, waarbij eene aanzienlijke som was gelegateerd, ten behoeve der Indische, en spéciaal der Moluksche, Predikanten. De jaarlijksche renten van dit kapitaal, hetwelk in Nederland beheerd-werd, werden tweemaal 'sjaars aan de Predikanten van Ambon, Banda, Makasser, Ternate en Timor uitgekeerd.

In 1807 werd er bepaald, dat er in de bovenbedoelde Kapel van het landgoed Weltevreden tweemaal 's maands zou gepredikt worden. Doch dit besluit werd reeds in 1809 weder ingetrokken, omdat er toen te weinig Predikanten waren, terwijl in 1808 de gezegde Kapel weti afgestaan aan de Boomsch-Kaiholijke gemeente, welke tot nog toe geen kerkgebouw bezat ('). In 1817 nog-

(») Door de Compagnie was de openbare SoomteA-Katkolijie Eerediensi in Oost-Indië verboden. Doch in 1808 kwam er dus een R. Kathohjke kerk tot stand te Batavia, gelijk in 1809 te Samarang, en in 1822 te Soerabaija. De Roomsch-Katholijke gemeenten stonden toen onder

Sluiten