Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staat van gelukzaligheid der ziel en nimmer zal men er een staat van bewusteloosheid onder kunnen verstaan. Maar de volkomene triumf is eerst op den dag der opstange geschiedt. Zoo nu dan ook met de geloovigen. Zij gaan wel dadelijk , want de leden volgen het Hoofd , na den dood in een staat van zaligheid over , maar de volkomene , de volmaakte genieting der zaligheid kan niet plaats hebben ; i° zoo langhet ligchaam nog niet is opgewekt; 2° zoo lang alle de broeders niet mede zijn verlost; 3° zoo lang de genieting van het aanschouwen des Zaligmakers nog niet heeft plaats gehad ; want, wat dit laatste betreft, hoe meer ik de Schrift op dit gewigtig punt onderzoek , hoe dieper ik de overtuiging heb , dat de aanschouwing des Heeren niet vóór de opstanding, dus niet door de gezaligde geesten voor dat tijdstip, zal genooten worden: om slechts een paar , mijns inziens , afdoende bewijzen bijtebrengen , lette men op Openb. XXII: 4- Immers dat in het begin van dit Hoofdst. de voortzetting van de beschrijving van het Nieuwe Jeruzalem met de opgestane gezaligden gevonden wordt, zal wel door niemand ontkend worden ; nu tot de dan beloofde heerlijkheid behoort, dat zij zullen het aangezichte des Lams zien: waartoe zou dit nu hier gemeld worden indien reeds dadelijk na den dood dat voorregt door den zalig stervenden gesmaakt zou worden? Een tweede plaats vind men in i Joh. III: 2. Geliefden ! nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen , maar wij weten als hij zal geopenbaard zijn, dat is , bij zijne wederkomst als wanneer de eerste opstanding zal plaats hebben , wij Hem gelijk zullen zijn , namelijk in Heerlijkheid naar ligchaam en ziel , want wij zullen Hem zien gelijk Hij is. Onwederspreeklijk bewijs dat het zien van Jezus niet vóór maar bij de opstanding beloofd wordt.

En wat zal ik nu zeggen ten opzigte van de vergelding.

Sluiten