Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet, wakker wordende, of hij tien uren , tien minuten of één jaren geslapen heeft: van daar dat als de Heere zegt tot den moordenaar aan het kruis, heden zult gij met mij in het Paradijs zijn , voor hem, de dag der opstandinge, dat heden zal zijn in zijn gevoel en opvatting , omdat de tusschen tijd een tijd des slaaps zijnde, en bij hem als tijdsverloop niet hebbende plaats gehad , zich in zijne gewaarwording , aan het oogenblik zijner zaligheids-genot in het Paradijs zoo aansluit, als ware er niets tusschen beide geweest. » Inderdaad indien deze beschouwingswijze doorging , dan weet ik niet waarin het blijven bestaan van het zieleleven na den dood zou gelegen zijn: immers waarin heeft dan van die, eeuwen achtereen slapende en bewustelooze ziel, die eerst bij de opstanding des vleesches hare bewustheid herkrijgt, daar het tijdstip tusschen den dood en de opstanding voor haar als niet hebbende plaats gehad beschouwd wordt, gedurende al dien tijd haar leven bestaan? Zou dan niet veeleer die tusschentijd een tijd van levensloosheid moeten genoemd worden ?

4-0 2 Cor. V : 1 en volg. Want wij weten dat zoo ons aardsche huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt maar eeuwig, in de hemelen , want ook in dezen zuchten wij, verlangende met onze woonstede, die uit den hemel is, overkleed te worden, zoo wij ook bekleed- en niet naakt zullen gevonden worden enz. Daar is voorzeker in deze plaats veel moeijelijks. Aan de eene zijde schijnt het dat de Apostel de opstanding in heerlijkheid op het oog heeft, althans het vervolg, waar van het verslonden zijn van het sterfelijk* door het leven gewag gemaakt wordt, schijnt dit gevoelen te begunstigen; doch van den anderen kant zou er iets toch zeer oneigenaardigs in liggen en geheel niet in overeenstemming met de voorstellingswijze van den Apostel op andere plaatsen, om de opstanding van het ligchaam in

Sluiten