Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het leven naar buiten moet weergeven, moet afspiegeling zijn van hetgeen wezenlijk en innerlijk aanwezig is.

Is het zoo, dan is men waar; is het zoo niet, dan is men onwaar in het leven naar buiten. En ook ten deze waar te zijn j is niet slechts naar den wil, maar ook ter verheerlijking van Hem, die dat leven gaf.

Dat de godeeldheid der Kerken toen en nu en altijd tégen den wil des Heeren, en mitsdien de ineensmelting noodzakelijk is, blijkt ook daaruit dat de Heere in Zijn Woord niet alleen spreekt van gemeenten, maar ook van dè gemeente.

De vele gemeenten worden vaak als èen geheel ons voorgesteld.

Hij „maakt" die beide of die vele gemeenten tot één geestelijk organisme, tot één lichaam.

„Die velen zgn", zegt Hij „één lichaam, en dientengevolge ook elkanders leden." Op grond daarvan gelooven wij ook èène, heilige, algemeene, Christelijke Kerk.

^ Niet sommige groepen, maar alle christenen behooren alzoo één te zijn, en als één in Hem zich tegenover elkander en voor de wereld te openbaren.

Jezus' bede tot Zijnen Vader omvatte ontegenzeggelijk allen; en had öok niet het leven met Hem in God verborgen, maar wèl het openbare leven op het oog.

Dat zij in liefde, vrede en eenheid leven; dat zij één zijn zouden, gelijk'Hij en Zijn Vader, in hun optreden naar buiten, was gewis Zijne bedoeling.

Vereeniging van hen, die nu nog gedeeld zijn , is alzoo noodzakelijk, oök met het oog op Jezus' bede.

We kunnen er nog bijvoegen, dat ze dat is, ook met heit oog op het werk des Heiligen Geestes De H. Geest toch geeft alléén slechts één geloof, ééne hoop, éénen doop, en ook éénen levensregel.

En ook het Woord en bevel Gods is evenzeer tot elk hunner: „Benaarstig U te behouden de eenigheid des Geestes door den band des vredes."

En Gij, niet waar geachte Hoorders! stemt mij toe, dat op grond van al het genoemde de vereeniging noodzakelijk was en is. Doch over de mogelijkheid wilt Gij ook nog wel gesproken hebben. Want al wat noodig is, wordt daarom in deze bedeeling nog niet verkregen.

Men moet, om iets te noemen, volmaaktbaarheidsdrijver zijn, om te gelooven dat de volmaaktheid, die noodzakelijk is en die Jezus van ons eischt, hier verkregen wordt.

Sluiten