Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om vele en wijze redenen onthoudt Hij die; maar zoo is het niet met de vereeniging. Deze eischt Hij niet alleen, maar gaf Hij ook.

En toen Hij die aan de Christenen uit de Joden en uit de Heidenen gaf, toonde Hij, dat hetgeen onmogelijk was bij de menschen, mogelijk was bij Hem en bij Zjjnen God en Vader.

Indien ooit, dan zeker scheen de vereeniging tóen wel tot de rome wenschen te zullen behooren. Wie zou dien grooten en dikken muur, die hen scheidde, wegnemen?

En ziet, Goddelijk almachtig wierp Hij hem, zeker nog ongedacht en verrassend, geheel ter neer.

Men kon weldra zeggen en onder 's Geestes leiding schrijven: Hij is onze vrede, Die deze beiden één gemaakt heeft."

En het is nog niet zoo lang geleden, het was in de jaren 1869, dat ook ongedacht en verrassend, in dit Kerkgebouw, de vereeniging van twee geruimen tijd gedeelde en gescheiden Kerken verkregen en getroffen werd.

Daarenboven is er nu, naar het mij voorkomt, niet minder om gebeden en zeker veel meer over geschreven dan in '69.

Maar of er nu ook even weinig tusschen beide ligt, dus te vereffenen valt, ziet, dat durf ik nog niet zeggen.

Ik geloof zelfs dat de muur wel zoo dik is als toen; maar toch ook, dat hij op geen vamen na zoo dik is als hij ten tijde van Paulus was.

Immers de beide Kerken, die nu naar vereeniging vragen, om vereeniging bidden, en over vereeniging in correspondentie zjjn, gelooveu beide dat de geheele Heilige Schrift het Woord van God is; en ook dat dit Woord onze grondslag en ons richtsnoer is. Zij spreken daarentegen hun geloof beide door de drie formulieren van eenheid uit. Ook hebben zij éénzelfde .Kerkenorde, waarnaar zij in de Kerk alles wenschen te regelen. We zouden alzoo zeggen, daar staat aan de vereeniging niets in den weg. Doch hetgeen nog in den weg mag staan, behoort uit den weg te worden geruimd.

In elk geval is de vraag naar de mogelgkheid geèn vraag meer, bijaldien wij wederzijds het oog op onzen Heer en Koning richten.

Ten slotte is het Zijn werk.

En Hij kan en wil het.

En vraagt Gij, hóe Hij het doetP

Dan luidt het antwoord, wel in Zijn eigen weg, overeenkomstig Zijn wil en Woord. Eu het is daarom dat wij in de derle plaats van de voorwaarde

Sluiten