Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prediking en heerschappij der Gereformeerde belijdenis te dezer plaatse te bevorderen, — zoo komen wij als de later ontkomenen tot TJ als onze broederen, om U onze hartelijke blijdschap te betuigen, dat ook ons eindelijk, na te lang en zondig wachten,, de oogen zijn verlicht geworden, om in te zien, hoe de weg, waarop wij wandelden, doodliep.

Voorzoover nu de liefde Gods in Christus Jezus den Heere, onze zielen door genade heeft bereikt, is de bede Christi des eenigen Hoogepriesters vervuld: „dat zij allen één zgn."

Hieraan wordt niet af- of toegedaan, zelfs niet door het vleeschelijk „Ik van Apollos" of „Ik van Paulus"; neenr deze zeer teedere en heilige zaak ligt vast in den Borg.

Maar, en hier ligt — het zij bescheidenlek aangemerkt onze ellende, dat vooral door vleeschelgke scheiding van hetgeen saam behoort, het leven wordt gemist, des Heeren Geest wordt bedroefd, en het volk als een verdorven springader Godniet verheerlijkt, Zijn Naam niet heiligt, Christus zijn Losser niet zalft; — het geloof niet door de liefde werkende is, en alzoo helaas! de Heere niet aan zijn recht komt, en ook het volk des Heeren lof niet kan vertellen, schoon dit de zielsbegeerte van ieder levendgemaakte is.

Helaas! wij móeten bekennen Broeders! daar is onze fout.

Al te lang hebben wij gediend als een slaaf onder de SynodaleHiërachie, waardoor wij, tot vrijheid geroepenen, de rechten des kindschaps niet konden doen gelden.

Dit is door de Kerk reeds sinds jaren ingezien. Ook hebben uwe voorgangeren reeds pogingen aangewend om tot gehoorzaamheid en vrijheid te geraken, niet alleen uitwendig, maar ook geestelgk..

Wij willen op hetgeen geschied is, thans niet verder ingaan, genoeg zij het op te merken: dat waar des Heeren volk van den anderen vervreemd blgft, zij elkander zullen verteren, en is dorheid en magerheid der ziel het noodwendig vruchtgevolg.

Maar integendeel, waar dat volk met eenparigen schouder draagt, en de liefde wordt geoefend, daar de Heere Zgnen zegen gebiedt, en zulk volk dan schrikkelgk is voor de wereld „ahv. slagorden met banieren."

Overtuigd zijnde dat gij, Broeders! hierin met ons eenstemmig zgt, doen wij door dezen met u en alle oprechten, bekentenis onzer zonde, en stellen u voor : le om op den aanstaanden Biddag voor den troon der genade ons te vereenigen in de bede, of het den Heere believen mocht, zulk zondig volk als wij zgn, nog eens te bezoeken en onze af keeringen te genezen;

Sluiten