Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Convent, en mitsdien is men (en dat was uw verlangen) niet „wederzijds" vertegenwoordigd.

Door te doen gelijk men thans deed, beeft men wat koren op den molen van die ethisch-irenisché predikanten gebracht, die het volk willen wijs maken dat de geheele kerkelijke beweging van de School uitgaat. Hoe dit evenwel zij, het pogen, hopen we, zal de Heere kronen en den gewenschten uitslag ons weldra schenken!

Doch vóór we de pen ter beantwoording van Uw welwillend schrijven neerleggen, willen wij over een verschijnsel dat inden laatsten tijd en ook in uw en anderer schrijven onze aandacht trok, nog wel een enkel woord. Het heeft betrekking op de hartelijke en dringende opwekking tot belijdenis van de zonden der gedeeldheid.

Ook de Neo-Kohlbrüggianen doen aan die opwekkingen mee, zooals nog in het nummer van „de Heraut" van 28 Oct. bleek.

En het is zoo, door belijdenis en verootmoediging maakt de Heere ons groot. Maar het is óok waar, dat die grootheid, mitsdien die belijdenis en verootmoediging zich openbaart i n en kenmerkt dóór overgegevenheid en gehoorzaamheid aan den Heere en aan Zijn Woord; en ook waar, datbïj Absentie daarvan die opwekkingen al heel weinig te beteekenen hebben. Ze kunnen zelfs een vroom kleed zijn waarachter veel verborgen wordt. Dit geldt echter niet de opwekkingen ten deze door U en de Uwen ons doen hooren. Gij toch hebt de daad bij het woord gevoegd en zelfverloochenende stappen gedaan, die op den weg van de opheffing der gedeeldheid te huis behooren.

We veroorloven ons daarom de vrijheid U nog iets anders in overweging te geven. En wel dit, of Gij ook niet denkt dat het mogelijk is, dat bij ons thans het zonde- en schuldgevoel hierover niet zóó groot is, omdat wij dèorGods genade die gedeeldheid sinds jaren betreurd, aan hare wegneming gearbeid en daarom gebeden hebben; en ook, omdat wij die zonde en die schuld vóór 50 jaren en later voor den Heere hebben gezien, erkend en beleden, en daarvoor verzoening hebben gezocht en gevonden in Christus' dierbaar bloed.

Ja, vóór vijftig jaren en later, bij het wederkeeren tot de gehoorzaamheid des geloofs, deelden wij ook in het zondebesef en schuldgevoel, waarin blijkbaar thans velen Uwer mogen deelen.

Doch daar de Heere oprechtelijk beleden zonden volkomen, dat is maar eenmaal vergeeft, zoo kunnen wij er thans die gedachtenis wel niet van hebben.

Sluiten