Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid aan anderen wilde opdringen? Naauw hangt dan ook in het N. T. met het begrip van dog~ ma dat van haeresis of ketterij te zamen. Ketterij is in den apostolischen tijd geene theoretische maar praktische of zedelijke afwijking in de eerste plaats de praktijk van hen, die door Joodsch dogmatisme en door den Joodschen geest van uitsluiting onrast in de gemeente verwekten. Zoo werden door Paal as te Korinthe ketters geaoemd, die zich naar Petras, Paulus of Apollos, of, met uitsluiting van anderen, »de Christenen" noemden a), en zoo doende den band der eenheid in de gemeente verscheurden. Volgens dit begrip van ketterij, was dus niet Luther ketter, die de kerk zocht te verbeteren, maar de Paus, die over hem den banvloek uitsprak. Maar even berispelijk handelde Luther, toen hij, door de broederhand aan Zwingli te weigeren, de scheuring veroorzaakte, die weldra de Lutherschen van de Hervormden verwijderde. En de Hervormden, M. H.! hoe hebben ook zij zeiven niet, door de Remonstranten uit de kerk te verbannen, de gemeente des Heeren al wederom gescheurd en zoo de schold van ketterij op zich geladen! Het ware kenmerk toch van den ketter vertoont zich juist ia de zacht tot het bannen en uitsluiten van andersdenkenden, gelijk het Grieksche woord (atpertxtfc, d. i. scheurmaker) het uit-

0 1 Kor. XI: 18.

>) I: 12, 111:4. Vgl Gal 1:6—8, Tit. 111:10. Vgt. Matth. XVin:17—17, 1 Kor. XVI: 22.

Sluiten