Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenwoordigheid gij zoo even hebt gevraagd. Ik ben gekomen, om overeenkomstig uwen eigen wensch, u mede te nemen." — "Dat heb ik niet bedoeld, lieve dood !" voegde hem de grijsaard toe, "ik heb alleen gewenscht, dat gij mij het pak hout zoudt helpen huiswaarts dragen."

Gij ziet hieruit, dat die man, hoewel oud van dagen, en met een zwaren last beladen, geenszins bereid scheen te zijn, om het woord van den Prediker tot het zijne te maken. Ik acht mij thans niet geroepen, om het al dan niet gegronde van de belijdenis van den Prediker, in den zamenhang waarin zij voorkomt, te handhaven of te wederleggen. Daarentegen houd ik mij overtuigd, dat hetgeen heden avond hier geschiedt, eene duidelijke bevestiging is van het anderzins zoo raadselachtig woord. Wij zijn immers hier vergaderd rondom een graf; want de maatschappij tot afschaffing der slavernij is gestorven en wordt thans plegtig ten grave gedragen. En geene klaagliederen, maar juichtoonen, niet de stem des weenens, maar der dankzegging wordt hier vernomen. Welmogtmen, nu twintig jaren geleden, den dag der geboorte van deze maatschappij als een teeken ten goede aanmerken, omdat het bleek, dat men toen begon te gevoelen, dat aan de slavernij, die als eene smet op Nederland rustte, een eind gemaakt moest worden. Doch deze maatschappij heeft van hare geboorte af niet begeerd lang te leven, maar reikhalzende naar den dag van haren dood uitgezien. En nu is die gelukkige dag aangebroken, nu is zij overbodig geworden en kan zij aftreden van het maatschappelijk tooneel. Het slavenjuk is verbroken, en de maatschappij dankt den Heere, dat hare taak is volbragt.

Er is dan ook veel reden om den Heer te danken; want groote dingen zijn geschied vóórdat die uitkomst verkregen kon worden. Het verstand van overheid en onderdaan moest grootelijks verlicht worden, daar men óp allerlei wijze beproefd heeft, om het inzigt in het verkeerde en onregtvaardige der slavernij te verwarren en te verduisteren. Ja, men heeft niet geaarzeld zelfs den Bijbel tot handhaving van den gruwel der ongeregtigheid te misbruiken. Vooral in Amerika hebben mannen, aan wie wij naar den aard der liefde in geenen deele den eerenaam van Christen zouden durven

Sluiten