Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die allernaauwst aan elkander verknocht zijn, behoef ik niemand aan te vijzen, die zich de klove herinnert, welke er, bij voorbeeld, tnsschen Mark. VIII: 38 en IX: 1, en zoo ook tusschen Ojaenb. XII: 18 en XIII: 1 in den Staten-Bijbel bestaat (1). Van de laatstgenoemde fout wordt er nu wel melding gemaakt in de kanlleekeningen, maar hoe menigmaal wordt zulks ook verzuimd I en al geschiedde het gezettelijk overal, zeer velen zouden er geen profijt van hebben; daar het toch, althans onder ons Hervormden, wel verre weg de minderheid zijn zal, die eenen Bijbel met kantteeJceningen bezit. Voor de zoodanigen moest de misgreep op de eene of andere wijze in den tekst zijn aangewezen.

Ziedaar dan nu eene menigte van fouten, die bij het lezen van den Staten-Bijbel in meerdere of mindere mate misverstand moeten veroorzaken. Heeft iemand mijne Proeve van grondslagen niet ingezien; hij zal hier reeds redenen genoeg vinden, om zich van het wenscheüjke eener nieuwe Nederduitsche Bijbelvertaling te kunnen overtuigen. En die tot deze overtuiging gekomen is, zal er zeer in versterkt worden, daar hier ook weêr andere bewijzen voorhanden zijn, dan men in dit mijn geschrift aantreft Inzonderheid heb ik het daarop aangelegd, om het voor een ieder aanschouwelijk te maken, dat verbetering volstrektelijk behoefte is. Zelfs kan het niet missen, of een naauwlettend lezer zal misslagen hebben opgemerkt ten aanzien van

(1) Zie vis oosterzee bl. 49. De inleidende verhand. voor de uitgave der Staten-oversetting te Koevorden, bl. XXXII volgg. Proeve van grondslagen, bl. 102 volgg. waar men over de drie laatste punten veel meer vinden kan.

Sluiten